Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Zonne-Energiemodus; Sensorcompensatie - Behncke Control 1.3 Betriebsanleitung

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für Control 1.3:
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 1

6.8.2 Zonne-energiemodus

De configuratie van de zonne-energiemodus geschiedt in het submenu Opwarming/zonne-energiemodus.
Dit is in afbeelding 10 weergegeven. De volgende parameters kunnen ingesteld worden:
Sensor: definieert of er een zonne-energiesensor aanwezig is. Slechts bij een aanwezige sensor kan de
zonne-energieverwarmingsfunctie opgeroepen worden. Indien er een zonne-energiesensor aanwezig
is, worden zijn temperatuurwaarden op het startscherm weergegeven.
Zonne-energie: definieert of de zonne-energieverwarmingsfunctie (zonnekrachtpomp en -collector)
voor de opwarming van de watertemperatuur gebruikt dient te worden.
Temperatuur: definieert de streefwaarde van het zwembadwater in de zonne-energiemodus.
Tijd klep: definieert de pauzetijd voor de omstelling van de zonnekrachtklep. Gedurende deze tijd wordt
de filterpomp uitgeschakeld.
Verschil: definieert het minimaal vereiste temperatuurverschil tussen zonne-energie- en
zwembadwatertemperatuur opdat de zonne-energiemodus geactiveerd wordt.
Forceren: definieert of de filterpomp buiten de schakeltijden ingeschakeld mag worden voor de
zonne-energiemodus.
Looptijd: definieert de minimale looptijd van de zonne-energiemodus.
Toerental: definieert het toerental waarmee de filterpomp tijdens de zonne-energiemodus dient te
lopen.
Zonne-energiemodus
Sensor
Zonne-energie
Temperatuur
Min.temp.collector
De zonne-energie-/collectorsensor (PT1000) moet op de klemmen E5 aangesloten worden.
De collectorpomp moet op de klemmen A2 (230 V) aangesloten worden.
Op de klemmen A17 (potentiaalvrije omschakelaar, max. 3 A) kan een stangklep/magneetklep aangesloten
worden voor het vrijgeven van de collectorleiding. Hiervoor moet in het gebouw spanning op de klem gezet
worden.

6.8.3 Sensorcompensatie

De vereffening van de afwijkingen tussen de temperatuursensoren kan in het submenu
Opwarming/sensorcompensatie geconfigureerd worden. De ingevoerde waarde wordt bij de gemeten
waarde opgeteld. Indien de gemeten waarde te hoog is, moet een negatieve correctiewaarde ingevoerd
worden. Indien de gemeten waarde te laag is, moet een positieve correctiewaarde ingevoerd worden.
Als correctiewaarde moet het verschil tussen de gemeten waarde en de reële temperatuur van het
zwembadwater ingevoerd worden.
aanwezig
aan
31,0 °C
20,0 °C
Afbeelding 10: Zonne-energiemodus
Zwembadbesturing Control 1.3 / Bediening
Zonne-energiemodus
10 s
Tijd klep
6,0 K
Verschil
uit
Forceren
5 min
Looptijd
30
Inhaltsverzeichnis

Fehlerbehebung

loading

Diese Anleitung auch für:

7739

Inhaltsverzeichnis