6.7.8 Dalingsklep
De functie van de dalingsklep kan in de besturing niet veranderd worden. De klem van de dalingsklep wordt
uitsluitend bij overloopbekkens aangestuurd. Bij skimmerbassins kan de klem als vrij programmeerbare
klem gebruikt worden.
De dalingsklep wordt automatisch actief geschakeld zodra op de ingang E8 (rolluik gesloten) een
ingangssignaal aanwezig is. De dalingsklep wordt van continue spanning (230 V) voorzien zolang het
rolluik gesloten is.
De aansluiting van de dalingsklep geschiedt aan klem A8.
6.7.9 Forceren AAN
Geforceerd inschakelen van de filterpomp kan in het submenu Voorbereiding/forceren aan geconfigureerd
worden. Hier wordt de ingang voor het geforceerd inschakelen van de filterpomp gedefinieerd. Zolang aan
deze ingang een signaal voorhanden is, loopt de filterpomp met een normaal toerental.
De schakelaar voor het geforceerd inschakelen moet op klem E11 aangesloten worden.
6.7.10 Forceren UIT
Geforceerd uitschakelen van de filterpomp kan in het submenu Voorbereiding/forceren uit geconfigureerd
worden. Hier wordt de ingang voor het geforceerd inschakelen van de filterpomp gedefinieerd. Zolang aan
deze ingang een signaal voorhanden is, loopt de filterpomp niet van spanning voorzien.
De schakelaar voor het geforceerd inschakelen moet op klem E12 aangesloten worden.
De vertragingstijd voor het geforceerd in- of uitschakelen kan vrij gekozen worden tussen 1-10 seconden.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat het rolluik bij een geactiveerde dalingsklep (verlaagd waterpeil
in het bekken) geen contact met het bekkenlichaam heeft. Bij contact bestaat
het gevaar voor materiële schade tijdens het openen van het rolluik!
Zwembadbesturing Control 1.3 / Bediening
28