3
B
ESCHRIJVING VAN HET MODELVOERTUIG
Servohevel (servoarm)
Hevel, schijf of kruis (met 4 stuurhevels) die de draaibeweging van de servomotor via
stuurhevels overdraagt.
Servo reverse schakelaar
(aan de afstandsbedieningszender). Draait de draairichting van de servo (dus de rijrichting) om.
Servosaver
Extra verende verbinding tussen stuurservo en spoorstang. Plotselinge harde klappen op de gestuurde wielen worden via
deze verbinding gedempt en niet direct in de servo gevoerd.
Slipkoppeling
Het hoofdtandwiel bevindt zich tussen twee metalen schijven met een wrijvende bekleding, die met een drukveer
tegen elkaar worden geperst. De aanpersdruk van de veer op de schijven kan worden ingesteld met een moer. Het
hoofdtandwiel kan dus bij plotse, extreme veranderingen in de belasting, doorslippen. De slipkoppeling dient daarmee
zowel als starthulp dan als bescherming van de tandwielen bij het neerkomen na een sprong.
Spoor
Positie van de wielen t.o.v. de rijrichting:
a)
Toespoor - de wielen wijzen naar binnen
b)
Uitspoor - de wielen wijzen naar buiten
Spoorstang
Bestaat meestal uit drie beweegbare met elkaar verbonden hendels. De buitenste spoorstangen (met verstelbare lengte bij
een instelbaar spoor) verbinden de spoorstangarmen aan de fusee op beweeglijke wijze met het middelste spoorstangdeel
dat door de servohevel rechts / links gedraaid wordt.
Spoorstangarm (= stuurhevel)
Hefarm aan de fusee. Het verschuiven van de spoorstang naar rechts en links zorgt voor het draaien van de wielen.
Starre as
De wielen van de voor- en de achteras zijn in tegenstelling tot een individuele ophanging van de wielen via de betrokken
as star met elkaar verbonden. Deze constructie maakt een extreme schuine ophanghoek mogelijk en zorgt voor een
voortreffelijke wegligging.
Stuurservo
Servomotor die via een hevel een mechanische stuurfunctie uitvoert.
Deze servo zorgt via de spoorstangen voor de stuurinslag. Een geïntegreerde servosaver in de servostuurhevel
beschermt de servo tegen beschadigingen die veroorzaakt kunnen worden door harde schokken aan de wielen die via de
spoorstangen naar de servoaandrijving geleid worden.
Trekstarter
Met terugtrekveer, voor het handmatig opstarten van de motor. Draait de krukas en daarmee via de drijfstang de zuiger
(en dus de motor).
Versnellingsbak
„Vertaalt" het motortoerental in de aandrijving naar het toerental van de aangedreven wielen. De „vertaalverhouding"
(motortoerental/wielomwentelingen) bepaalt de eindsnelheid en het koppel.
94
a
�����������
Gebruiksaanwijzing 4WD Monster Truck Chassis X-Factor No. 23 42 40
b
������������