Truma iNet X Connect
3 .6
Verplichtingen van de gebruiker en
exploitant
Zorg ervoor dat de Connect in alle gebruiksfasen
correct kan werken en kan worden bediend.
4
Productbeschrijving
4
Afb. 1
1
LED-knop
2
Schuifregelaar voor het inschakelen (120 Ω ) of
uitschakelen (Off) van de afsluitweerstand voor de
CAN-Bus
3
CAN2-aansluiting
4
CAN1-aansluiting
De schuifschakelaar instellen
De schuifschakelaar voor de afsluitweerstand op de
Connect is bij levering ingesteld op 120 Ω.
De volgende tabel laat zien wanneer de schuifschake-
laar op „Off" moet worden gezet.
CAN1
CAN2
Kabel is aange-
blijft vrij
sloten
blijft vrij
Kabel is aange-
sloten
Kabel is aange-
Kabel is aange-
sloten
sloten
LED-knop
Afhankelijk van de bedrijfsstatus (BZ) van de Connect
brandt de LED-knop niet of in een andere kleur. De be-
tekenis van de kleuren wordt beschreven in de volgen-
de tabel.
47000-00194 · 00 · 10/2024
3
2
schuifschakelaar
120 Ω
120 Ω
Off
Kleur
BZ
Geen
Uit
Wit, knip-
Klaar
perend
Wit, per-
GSM /
manent
LTE-ver-
verlicht
binding
Rood
Fout
1
Om de gebruiker niet te storen, wordt de knipperen-
de of oplichtende LED-knop na 5 minuten gedimd.
5
Inbegrepen:
Vermeld de onderdelen in de volgorde waarin ze nodig
zijn voor de installatie:
1 x Beknopte gids
1 x Kabel, CAN, 1,2 m, m4f-m4f (kabel met 2 identie-
ke stekkers)
1 x Kabel, CAN+120R, 0,5 m, e4f-x2 (kabel met
1 stekker)
1 x Installatiesjabloon met QR-code
1 x Montageplaat iNet X
2 x Phillips DIN 7996-H, 4 x 15 mm, staal, verzinkt
oppervlak (kruiskopschroeven)
1 x Truma iNet X Connect
6
Inbouw
De Connect wordt via het paneel van stroom voorzien.
De Connect heeft geen eigen voeding nodig. De Con-
nect wordt gevoed via de meegeleverde kabel.
GEVAAR
Elektrische schok door onderdelen onder
spanning
Tijdens de installatie kunnen delen onder span-
ning worden aangeraakt.
Voordat u de verbinding installeert:
verwijder de 230V aansluitkabel uit het exter-
ne stopcontact.
Schakel de onafhankelijke 230V-voeding uit
(bijv. zonnepanelen, omvormer, generator).
Schakel de zekeringen en / of aardlekschake-
laar (RCD) in het voertuig uit.
6 .1
Plaats van inbouw bepalen
De Connect is geschikt voor wandmontage op een
•
ongelijke ondergrond.
De wanddikte moet minstens 7 mm bedragen.
•
Monteer de Connect op een plaats die beschermd is
•
tegen vocht en nattigheid.
Sluit de Connect niet in tussen metalen oppervlakken.
•
Bewaar een minimumafstand van meer dan 30 cm
•
tussen de metalen inbouwapparaten (bijv. koelkast,
magnetron, fornuis) en de Connect.
Productbeschrijving
Betekenis
De Connect heeft geen voe-
ding of staat in de slaapstand
(paneel staat uit).
De Connect heeft verbinding
gemaakt met het paneel en is
klaar voor gebruik.
De Connect is verbonden met
het mobiele telefoonnetwerk en
afstandsbediening is mogelijk.
Er is een fout opgetreden.
NL
49