• Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in
de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de ge-
bruiker van de machine verantwoordelijk is voor onge-
vallen met andere personen of hun eigendommen.
• Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit de
buurt blijven.
• Als u het product aan een andere persoon overdraagt,
moet deze gebruikshandleiding eveneens worden ver-
strekt.
• Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en een
lange broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote
voeten of in lichte sandalen.
• Controleer het terrein, waarop het product wordt ge-
bruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen,
speelgoed, stokken en draden, enz., die vastgegrepen
en weggeslingerd kunnen worden.
• Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat en
koppel de bougiestekker los als
– Als u het product verlaat.
– u blokkades of verstoppingen verwijdert.
– Het product in aanraking komt met vreemde voor-
werpen.
– storingen en ongewone trillingen aan het product
optreden.
WAARSCHUWING
Brandstof is zeer ontvlambaar:
• Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde contai-
ners (jerrycans).
• Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook
niet tijdens het tanken.
• Brandstof moet voor het starten de motor worden bij-
gevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of
onmiddellijk na het uitschakelen van het product en
vul geen brandstof bij.
• Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen ge-
val gepoogd worden om de motor te starten. In plaats
daarvan moet het product uit de buurt van met brand-
stof vervuilde oppervlakken worden gehouden. Elke
ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de
brandstofdampen zijn verdampt.
• Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank
en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.
• Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekingsbron-
nen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleer-
de container. Houd brandstof uit de buurt van kinde-
ren.
• Vervang defecte geluiddempers.
• Voor gebruik moet door een visuele controle altijd
worden gecontroleerd of het mes en de bevestigings-
bouten versleten of beschadigd zijn. Om eventueel
onbalans te vermijden, moeten versleten of bescha-
digde messen en bevestigingsbouten altijd per set
worden vervangen.
6.2
Gebruik
Gebruik:
• Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vast-
gedraaid om er zeker van te zijn dat het product zich
in een veilige werktoestand bevindt.
74 | NL
• Bewaar het product nooit met brandstof in de tank bin-
nen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampen
met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
• Laat de motor afkoelen, voordat u het product in ge-
sloten ruimtes plaatst.
• Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uit-
laat en het bereik rond de brandstoftank vrij het hou-
den van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
• Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slijta-
ge of verlies van de functies.
• Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of be-
schadigde onderdelen.
• Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit
in de buitenlucht gebeuren.
• Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lo-
pen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vor-
men.
• Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.
• Indien mogelijk moet het gebruik van het product bij
nat gras worden vermeden.
• Het gebruik van het product bij onweer is verboden -
Bliksemgevaar!
• Let altijd op een goede positie op hellingen.
• Geleid het product alleen in looppas.
• Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op de hel-
ling, nooit op- en neerwaarts. Wees met name voor-
zichtig als u uw rijrichting op de helling verandert.
• Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aan-
grenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met
name voorzichtig als het product moet worden ge-
keerd of als u deze naar u toe trekt.
WAARSCHUWING
Tijdens de werkzaamheden en veranderingen
van de rijrichting bij struikgewassen en hel-
lingen moet uiterst voorzichtig te werk wor-
den gegaan:
–
Zorg voor een veilige stand.
–
Draag schoenen met antislipzolen en geschikte kle-
ding.
–
Maai altijd dwars op een helling.
–
Hellingen van meer dan 15 graden mogen met het
product om wille van veiligheidsredenen niet worden
gemaaid.
–
Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts
verplaatsen en bij het trekken van het product. Strui-
kelgevaar!
• Stop de messen indien de grasmaaier moet worden
gekanteld, bij transport of op andere oppervlakken als
gras en indien de grasmaaier voor en naar het te
maaien oppervlak wordt verplaatst.
VOORZICHTIG
De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de
volledige grasopvanginrichting of de zelfsluitende veilig-
heidsvoorziening voor de uitwerpopening is aange-
bracht.
www.scheppach.com