4
Inbedrijfname
De configuratieassistent herkent automatisch, welke BUS-
deelnemers in de installatie zijn geïnstalleerd. De configuratie-
assistent past het menu en de voorinstellingen daarop aan.
De systeemanalyse kan tot een minuut duren.
Na de systeemanalyse door de configuratieassistent is het
menu Inbedrijfstelling geopend. Controleer hier de subme-
nu's en instellingen, pas deze eventueel aan en bevestig deze
vervolgens.
Wanneer de systeemanalyse werd overgeslagen, is het menu
Inbedrijfstelling geopend. Pas de hier genoemde submenu's
en instellingen zorgvuldig aan op de geïnstalleerde installatie.
Bevestig als afsluiting de instellingen.
Raadpleeg voor meer informatie over de instellingen
hoofdstuk 6 vanaf pagina 141.
Menuoptie
Instelbereik: functiebeschrijving
Configuratieassistent starten? Configuratieass. opnieuw
starten?
Ja | Nee: Controleer voor de start van de
configuratieassistent,
•
of de modules geïnstalleerd en
geadresseerd zijn;
•
of een afstandsbediening geïnstalleerd en
ingesteld is.
Installatiegegevens hoofdstuk 6.1.1, pagina 142
Gebouwtype
paragraaf "Soort gebouw", pagina 142
Toestelinstelling hoofdstuk 6.1.2, pagina 143
Altern. warmtebron (alternatieve warmtebron)
Altern.
De configuratieassistent stelt een
warmtebron
configuratievoorstel op voor de module aan
geïnst.
de hand van de aangesloten sensor. De
instellingen in het menu Altern. warmtebron
controleren en evt. op de geïnstalleerde
installatie afstemmen ( technische
documentatie van de module).
Hybride syst. geïnst.
Ja | Nee: instelling of een hybride systeem
geïnstalleerd is. Alleen beschikbaar als een
hybride systeem herkend werd.
cv-circuit 1 hoofdstuk 6.1.3, pagina 144
Warmwatersysteem I hoofdstuk 6.2, pagina 151
Warmwatersysteem II: zie Warmwatersysteem I
Ventilatie ( installatie-instructie van de ventilator)
Nee | Ja: instelling of een ventilator
geïnstalleerd is. Alleen beschikbaar als er een
ventilator herkend werd.
140
Menuoptie
Instelbereik: functiebeschrijving
Zonne
Zonnesyst.
Nee | Ja: instelling of een zonnesysteem
geïnstalleerd
geïnstalleerd is.
Als er een zonnesysteem geïnstalleerd is (Ja),
zijn er extra menupunten in het menu
Zonneconfiguratie veranderen
( technische documentatie van het
zonnesysteem).
Zonneuitbreid
Ja | Nee: instelling of een uitbreidingsmodule
ingsmodule
geïnstalleerd is. ( technische
documentatie van de
zonneuitbreidingsmodule).
Zonnesysteem starten hoofdstuk 6.3, pagina 151
Uitbreidingsmod. inst.
Ja | Nee: instelling of een uitbreidingsmodule
EM100 geïnstalleerd is.
( Technische documentatie van de
uitbreidingsmodule)
Configuratie bevestigen
Bevestigen | Terug: Als alle instellingen met de
geïnstalleerde installatie overeenkomen,
bevestigt u de configuratie (Bevestigen),
anders kiest u Terug.
Tabel 2
Inbedrijfname met de configuratieassistent
4.2
Andere instellingen bij de inbedrijfname
De instellingen moeten bij de inbedrijfname worden gecontro-
leerd en eventueel worden aangepast. Alleen zo wordt de goe-
de werking gewaarborgd. Het is zinvol de getoonde instellingen
te controleren.
Wanneer bepaalde functies niet zijn geactiveerd en modules,
bouwgroepen of componenten niet zijn geïnstalleerd, worden
niet benodigde menupunten bij de verdere instelling onder-
drukt.
CV
▶ Controleer de instellingen in het menu installatiegegevens
( hoofdstuk 6.1.1, pagina 142).
▶ Instellingen in het menu toestelgegevens controleren
( hoofdstuk 6.1.2, pagina 143).
▶ Instellingen in het menu cv-groep 1 ... 4 controleren
( hoofdstuk 6.1.3, pagina 144).
Logamatic RC310 – 6721891848 (2024/10)