tijdprogramma verwarmd) is gekozen en op de module
MM100 een warmtevraag via MD1 actief is.
Wanneer aan één van beide voorwaarden niet is vol-
daan, is het constant cv-circuit uit.
– Een cv-circuit, waarvoor Type regeling > Constant is
ingesteld, verschijnt niet in de standaardweergave.
– Om het constant cv-circuit zonder tijdprogramma te
gebruiken, moet de bedrijfsmodus op (constant-)Aan
of (constant-)Uit worden ingesteld.
– De vorstbescherming moet weersafhankelijk zijn en de
warmwatervoorrang moet zijn ingeschakeld.
– De elektrische aansluiting van het constant cv-circuit in
de installatie verloopt via een module MM100.
– De aansluitklem MC1 in module MM100 moet conform
de technische documentatie van de module zijn over-
brugd.
– De temperatuursensor T0 kan op de module MM100
voor het constant cv-circuit worden aangesloten.
– Meer details over de aansluiting is opgenomen in de
technische documentatie van de module MM100.
Instellen verwarmingsysteem en stooklijnen voor de
weersafhankelijke regeling
▶ Verwarmingstype (radiator, convector of vloerverwar-
ming) in het menu Instellingen verwarming > cv-circuit 1
... 4 > cv-systeem instellen.
▶ Soort regeling (weersafhankelijk of weersafhankelijk met
voetpunt) in menu Type regeling instellen.
Menupunten die niet nodig zijn voor het gekozen cv-sys-
teem en het gekozen type regeling worden onderdrukt. De
instellingen gelden alleen voor de eventueel geselecteerde
cv-groep.
Logamatic RC310 – 6721891848 (2024/10)
Menu voor instelling van de stooklijn
Menupunt
Instelbereik
Ontwerptemp
30 ... 75 ... 90 °C
eratuur
(radiator/convector)/
of
30 ... 45 ... 60 °C
(vloerverwarming):
Eindpunt
De ontwerptemperatuur is alleen bij
weersafhankelijke regeling zonder voetpunt
beschikbaar. De
dimensioneringstemperatuur is de
aanvoertemperatuur, die bij de minimale
buitentemperatuur wordt bereikt en heeft
invloed op de steilheid/hoek van de stooklijn.
Het eindpunt is alleen beschikbaar bij
weersafhankelijke regeling met voetpunt.
Het eindpunt is de aanvoertemperatuur, die
bij de minimale buitentemperatuur wordt
bereikt en heeft invloed op de steilheid/hoek
van de stooklijn. Wanneer het voetpunt
boven 30°C is ingesteld, is het voetpunt de
minimale waarde.
Voetpunt
bijvoorbeeld 20 ... 25 °C ... Eindpunt: het
voetpunt van de stooklijn is alleen
beschikbaar bij weersafhankelijke regeling
met eenvoudige stooklijn.
Max
30 ... 75 ... 90 °C
aanvoertempe
(radiator/convector)/
ratuur
30 ... 48 ... 60 °C
(vloerverwarming):
Instelling van de maximale
aanvoertemperatuur.
Zonne-invloed – 5 ... – 1 K: een weersafhankelijke regeling
kan door de zonnestralen binnen bepaalde
grenzen worden beïnvloed (zonneopbrengst
vermindert het benodigde
warmtevermogen).
Uit: met zonne-instraling wordt bij de
regeling geen rekening gehouden.
Servicemenu
6
147