Installatieplaats in de referentieruimte afb. 6 op
pagina 243.
3.3
Installatie in de referentieruimte
Montage van de sokkel afb. 4 op pagina 242.
3.4
Elektrische aansluiting
De bedieningsunit wordt via de BUS-kabel met energie gevoed.
De polariteit van de aders is willekeurig.
Wanneer de maximale totale lengte van de BUS-verbindingen
tussen alle BUS-deelnemers wordt overschreden of in het BUS-
systeem een ringstructuur bestaat, is de inbedrijfname van de
installatie niet mogelijk.
Maximale totale lengte van de BUS-verbindingen:
2
•
100 m met 0,50 mm
2
•
300 m met 1,50 mm
▶ Houd een minimale afstand van 100 mm tussen de afzon-
derlijke BUS-deelnemers aan, wanneer meerdere BUS-
deelnemers worden geïnstalleerd.
▶ Sluit de BUS-deelnemers parallel aan, wanneer meerdere
BUS-deelnemers worden geïnstalleerd.
▶ Installeer alle laagspanningskabels van netspanning gelei-
dende kabels afzonderlijk (minimale afstand 100 mm) om
inductieve beïnvloeding te vermijden.
▶ Bij externe inductieve invloeden (bijvoorbeeld van het foto-
voltaïsch systeem) kabel afgeschermd uitvoeren (bijvoor-
beeld LiYCY) en afscherming eenzijdig aarden. Sluit de
afscherming niet op de aansluitklem voor de randaarde in
de module aan maar op de huisaarde, bijvoorbeeld vrije af-
leiderklem of waterleiding.
▶ BUS-verbinding naar de warmtebron tot stand brengen
( afb. 5 op pagina 243.
Legenda bij afb. 5:
1)
Klemmenbenaming:
Bij warmtebronnen met BUS-systeem EMS plus: BUS
Bij warmtebronnen met BUS-systeem EMS: EMS
De bedrade buitentemperatuursensor wordt op de warmte-
bron aangesloten.
▶ Let op de instructies van de warmtebron.
Gebruik bij verlenging van de sensorkabel de volgende kabeldi-
ameters:
•
Tot 20 m met 0,75 mm
•
20 m tot 100 m met 1,50 mm
Logamatic RC310 – 6721891848 (2024/10)
aderdiameter
aderdiameter.
2
2
tot 1,50 mm
kabeldiameter
2
kabeldiameter.
3.5
Aanbrengen of afnemen bedieningsunit
Bedieningsunit ophangen
afb. 6 op pagina 243
1. Bedieningsunit boven ophangen.
2. Bedieningsunit beneden ophangen.
Bedieningsunit verwijderen
afb. 7 op pagina 244
1. Op de knop aan de onderkant van de sokkel drukken.
2. Bedieningsunit onder naar voren trekken.
3. Bedieningsunit naar boven verwijderen.
3.6
Installatie in de warmtebron
Wanneer de warmtebron met het Energie Management Sys-
teem EMS of EMS plus is uitgerust, kan de bedieningseenheid
direct in bepaalde warmtebronnen worden geïnstalleerd. Dit is
in installaties met een cv-circuit alleen bij een weersafhankelij-
ke regeling zinvol. Voor kamertemperatuurgestuurde regeling
of weersafhankelijke regeling met invloed van de kamertempe-
ratuur is dan een afstandsbediening voor iedere cv-groep in de
betreffende referentieruimte nodig.
Voor installatie van de bedieningsunit:
▶ Houd de installatie-instructie van de warmtebron aan.
3.7
Installatie van een buitentemperatuursensor
Installatieplaats van de buitentemperatuursensor (bij weersaf-
hankelijke regeling met of zonder invloed van de kamertempe-
ratuur) afb. 8 op pagina 244
4
Inbedrijfname
4.1
Inbedrijfname van de installatie met de confi-
guratie-assistent
Voor de start van de configuratieassistent controleren of de
aanwezige modules geïnstalleerd en geadresseerd zijn en dat
er eventueel een afstandsbediening geïnstalleerd en ingesteld
is.
Na het aansluiten van de voedingsspanning toont het display
het menu Taal.
▶ Instellingen door draaien en drukken van de keuzetoets se-
lecteren en de begeleide inbedrijfname volgen.
▶ De configuratieassistent starten met Ja (of met Nee over-
slaan).
Inbedrijfname
4
139