WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding!
Wanneer warmwatertemperaturen boven 60 °C zijn ingesteld
of de thermische desinfectie is ingeschakeld, moet een ther-
mostatische tapwatermengkraan worden geïnstalleerd.
3.1
Installatiemanieren
Hoe de bedieningseenheid moet worden geïnstalleerd, is af-
hankelijk van het gebruik van de bedieningseenheid en de op-
bouw van de gehele installatie ( hoofdstuk 2.1, pagina 161).
3.2
Installatieplaats
Bedieningseenheid niet in vochtige ruimten installeren.
Om eenvoudig in- en uitklikken van de bedieningseenheid te
waarborgen en voor optimale meting van de kamertempera-
tuur:
▶ Minimale afstanden respecteren.
▶ Op afstand van warmtebronnen installeren.
▶ Luchtcirculatie mogelijk maken.
Installatieplaats in referentieruimte afb. 6 op pagina. 243.
3.3
Installatie in de referentieruimte
Montage van de sokkel afb. 4 op pagina 242.
3.4
Elektrische aansluiting
De bedieningseenheid wordt via de BUS-kabel van stroom
voorzien. De polariteit van de aders is willekeurig.
Wanneer de maximale totale lengte van de BUS-verbinding tus-
sen alle BUS-deelnemers wordt overschreden of in het BUS-
systeem een ringstructuur bestaat, is de inbedrijfstelling van
de installatie niet mogelijk.
Maximale totale lengte van de BUS-verbindingen:
2
•
100 m met 0,50 mm
2
•
300 m met 1,50 mm
▶ Houd een minimale afstand van 100mm tussen de afzon-
derlijke BUS-deelnemers aan, wanneer meerdere BUS-
deelnemers worden geïnstalleerd.
Logamatic RC310 – 6721891848 (2024/10)
geleiderdiameter
geleiderdiameter.
▶ Sluit de BUS-deelnemers parallel aan, wanneer meerdere
BUS-deelnemers worden geïnstalleerd.
▶ Installeer alle laagspanningskabels afzonderlijk van nets-
panning geleidende kabels (minimale afstand 100 mm) om
inductieve beïnvloeding te vermijden.
▶ Bij externe inductieve invloeden (bijvoorbeeld van het foto-
voltaïsch systeem) kabel afgeschermd uitvoeren (bijvoor-
beeld LiYCY) en afscherming eenzijdig aarden. Sluit de
afscherming niet aan op de aansluitklem voor de aarding in
de module, maar op de huisaarde, bijvoorbeeld vrije aflei-
derklem of waterleiding.
▶ Maak de BUS-verbinding met de warmteproducent (afb.
5 op pagina 243.
Legenda bij afb. 5:
1)
Klemidentificatie:
Bij warmteproducenten met BUS-systeem : EMS plus:
BUS
Bij warmteproducenten met BUS-systeem EMS: EMS
De kabelgebonden buitentemperatuursensor wordt op de
warmteproducent aangesloten.
▶ Handleidingen van de warmteproducent respecteren.
Gebruik bij verlenging van de sensorkabel de volgende gelei-
derdiameters:
•
Tot 20 m met 0,75 mm
•
20 m tot 100 m met 1,50 mm
3.5
Aanbrengen of afnemen bedieningseenheid
Bedieningseenheid inhangen
afb. 6 op pagina 243
1. Bedieningseenheid boven inhangen.
2. Bedieningseenheid onder vastklikken.
Bedieningseenheid wegnemen
afb. 7 op pagina 244
1. Knop aan de onderkant van de sokkel indrukken.
2. Bedieningseenheid aan onderkant naar voren trekken.
3. Bedieningseenheid naar boven toe wegnemen.
3.6
Installatie in de warmteproducent
Wanneer de warmteproducent met het Energie Management
Systeem EMS of EMS plus is uitgerust, kan de bedieningseen-
heid direct in de warmteproducent worden geïnstalleerd. Dit is
in installaties met een cv-circuit alleen bij een weersafhankelij-
ke regeling zinvol. Voor kamertemperatuurgestuurde regeling
of weersafhankelijke regeling met invloed van de kamertempe-
ratuur is dan een afstandsbediening voor ieder cv-circuit in de
betreffende referentieruimte nodig.
Installatie
2
2
tot 1,50mm
aderdiameter
2
aderdiameter.
3
163