8.7 Vervangen van het tafelinzetstuk, afb. 9
Het tafelinzetstuk (14) moet worden vervangen als de
sleuf groter wordt of beschadigd raakt.
1.
Verwijder het tafelinzetstuk uit de zaagtafel door
van onderen af deze in te drukken.
2.
Plaats het nieuwe tafelinzetstuk.
Let op dat het bovenste oppervlak van de tafelinleg op
dezelfde hoogte als de zaagtafel ligt.
8.8 Aan/uit-schakelaar, afb. 1
• Door op de groene toets „I" (8) te drukken, kan de
zaagmachine worden ingeschakeld. Voordat u met
zagen begint, wacht u tot het zaagblad het maxima-
le toerental heeft bereikt.
• Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode
knop „0" (8) worden ingedrukt.
• De lintzaagmachine is voorzien van een onderspan-
ningsschakelaar. Bij stroomuitval moet de lintzaag-
machine opnieuw worden ingeschakeld.
8.9 Toerentalinstelling, afb. 1+14+14.1+14.2
Netstekker loskoppelen!
• Deur van de behuizing (1) openen
• Open de snelspanhendel riemspanning (16) afb.
14.1 aan de achterzijde van de machine en schuif
de motor (11) naar links. Sluit nu de snelspanhendel
weer iets. De aandrijfriem is ontspannen.
• Riem in de gewenste stand brengen (afb. 14+14.2)
• Open de snelspanhendel riemspanning (16) weer
en druk de motor iets naar rechts om de riem te
spannen. Sluit de snelspanhendel weer.
• Sluit de deur van de behuizing (1).
Toerentalbereik:
1.
Toerentalniveau 1: 700 m/min.
Voor het bewerken van hardhout en voor fijne
zaagsnedes.
2.
Toerentalniveau 2: 1000 m/min.
Voor het bewerken van zachthouten blokken en
voor minder fijne zaagsnedes.
Let op!
Bij werkzaamheden aan de machine moeten alle vei-
ligheidsinrichtingen en afdekkingen zijn gemonteerd.
Het bovenste en onderste bandwiel is bekleed door
een vast aangebrachte beveiliging en een bewegende
behuizingsdeksel. Bij het openen van het deksel van
de behuizing wordt de machine uitgeschakeld. Het in-
schakelen is enkel mogelijk als het deksel gesloten is.
84 | NL
9.
Transport
• De machine mag alleen aan het frame of het onder-
stel worden geheven en getransporteerd. Voor het
transport mag nooit aan de veiligheidsinrichtingen,
de instelgrepen of de zaagtafel worden geheven.
• Tijdens het transport moet de zaagband-veilig-
heidsinrichting zich in de onderstand stand en nabij
de tafel bevinden.
• Nooit aan de tafel heffen! Voor het transport moet
de machine worden losgekoppeld van het stroom-
net.
• Voor het gebruik van de rijrichting, plaatst u de
transportgreep (19) in de opening van de transport-
greep. (Na het insteken van de transportgreep (19)
deze iets draaien zodat het niet kan wegslippen)
• Til nu de machine aan de transportgreep (19) zo ver
op dat de machine op de beide achterste wielen (18)
staat en kan worden verplaatst.
• Let op het hoogste zwaartepunt van de machine (bo-
ven zwaarder).
10. Werkinstructies
De volgende adviezen zijn voorbeelden voor een vei-
lig gebruik van lintzaagmachines. De volgende veilige
werkinstructies worden als bijdragen aan de veiligheid
beschouwd, kunnen echter niet voor elk gebruik ge-
heel op maat zijn, volledig zijn of worden toegepast.
Deze adviezen kunnen niet alle mogelijke, gevaarlijke
omstandigheden behandelen en moeten zorgvuldig
worden geïnterpreteerd.
• Bij werkzaamheden in afgesloten ruimtes moet de
machine op een afzuiginstallatie worden aange-
sloten.
• Schakel de afzuiginstallatie in voordat u met de be-
werking begint.
• Gegevens in combinatie met de beide machine ge-
installeerde spaander- en stofafzuiginrichting:
-
vereiste luchtvolumestroom: 700 m
-
Onderdruk bij een geadviseerde luchtsnelheid:
1500 PA
-
Aanbevolen luchtsnelheid: 20 ms
• De contradrukrol moet met een geringe afstand
aan de achterzijde van de lintzaagblad worden ge-
plaatst, zodra het lintzaagblad vrij loopt, nadat deze
is gespannen en de geleiding werd ingesteld om
daarmee een groefvorming van de drukrol te vermij-
den, wat tot een beschadiging van het lintzaagblad
kan leiden en om tijdens het zagen het lintzaagblad
te ondersteunen.
www.scheppach.com
h
3
−1
-1