Oorzaken van een P(x)-fout zijn onder andere verkeerde plaatsing van een pad
(één pad is dichter bij de actieve elektrode geplaatst en neemt dus meer stroom
op dan de andere pads) of een slecht contact tussen de pad en de huid (pad komt
aan de randen of in het midden omhoog).
In het geval van een P(x)-fout moeten alle pads worden gecontroleerd op plaatsing
(zie afbeelding 3 en 4) en goed contact met de huid.
Door Pad-Guard™ wordt de kans op brandwonden verminderd, maar wordt deze
niet helemaal weggenomen. Tijdens de procedure dient zowel het contact tussen de
pads en de huid en de toestand van de huid regelmatig te worden gecontroleerd.
aanSluitinG van actieve elektRode
WAARSCHUWING! Wanneer de actieve elektroden niet in gebruik zijn, mogen deze
nooit in contact komen met de patiënt.
Boston Scientific adviseert om de LeVeen™-elektrode of Soloist™-elektrode
van Boston Scientific in combinatie met de RF 3000™-generator te gebruiken.
Positioneer de actieve elektroden overeenkomstig de instructies van de fabrikant.
Zorg ervoor dat de stekker van de actieve elektrode stevig is aangesloten op de
RF 3000-generator voordat u verdergaat.
vooRBeReidinG oP aBlatie
• N eem in de volgende secties alles in acht wat wordt vermeld bij LET OP en
WAARSCHUWING en volg ook alle instructies hierin op: Inleiding, Bediening
en Ablatie.
• Schakel de RF-generator in door de netschakelaar op '|' te zetten. Deze
schakelaar bevindt zich op de voedingsingangsmodule aan de achterzijde
van de unit (waar het netsnoer wordt aangesloten).
• Stel de timer met behulp van de knoppen af op de door de arts gespecificeerde
ablatietijd.
• Zorg ervoor dat de actieve en dispergerende elektroden correct zijn gepositioneerd
en goed op de patiënt zijn aangebracht en aan de RF-generator zijn bevestigd
(zie 'Aansluiting retour-pads' en 'Aansluiting van actieve elektrode').
uitvoeRen van aBlatie
De ablatie wordt gestart wanneer u de knop START indrukt, waardoor het venster
TIJD op '00:00' komt te staan en de tijd begint op te lopen. De vensters VERMOGEN
en IMPEDANTIE blijven leeg tot het vermogen is opgelopen tot minstens 2 W. Na
het indrukken van de knop START moet het vermogen onmiddellijk door de arts/
gebruiker worden ingesteld op de laagste waarde die voldoende vermogen levert
voor het beoogde weefseleffect binnen de gewenste ablatietijd.
Als foutcode E01, E02 of E03 wordt weergegeven, controleert u de aansluitingen
van de elektrode- en retour-pads op de generator.
Als foutcode P-1, P-2, P-3 of P-4 wordt weergegeven, loopt er een te grote RF-
stroom door de aangegeven retour-pad. De pads worden aangeduid naast het
contact waarop deze zijn aangesloten. Zorg ervoor dat de pads worden aangebracht
overeenkomstig afbeelding 3 en niet zoals in afbeelding 4.
LET OP! Het aan een elektrode afgegeven vermogen moet op de minimale waarde
worden gehouden die nodig is om het gewenste chirurgische effect te bereiken.
Bij het warmer worden van het weefsel door RF-ablatie neemt de impedantie toe
en gaan meer elementen van de impedantieweergave oplichten. De frequentie
van de 'RF Aan'-toon neemt toe naarmate meer elementen oplichten. Als alle tien
elementen verlicht zijn, is de impedantie ongeveer verdubbeld. Daarna neemt de
impedantie meestal toe tot een veel hogere waarde en neemt het vermogen af tot
minder dan 15 W. Als dat gebeurt, moet het RF-vermogen worden uitgeschakeld.
107