4. Automatisch wassen
• Plaats het hulpmiddel onder een hoek in het wasapparaat
om uitdruipen te vergemakkelijken.
• Programmeer het wasapparaat aan de hand van de volgende
parameters:
Voorwassen
Recirculatieduur
Watertemperatuur
Type reinigingsmiddel
Enzymatisch wassen
Recirculatieduur
Watertemperatuur
Type reinigingsmiddel
Wassen 1
Recirculatieduur
Watertemperatuur
Type reinigingsmiddel
Spoelen 1
Recirculatieduur
Watertemperatuur
Type reinigingsmiddel
Droogfase
Recirculatieduur
Watertemperatuur
Type reinigingsmiddel
• Er kan gefilterde perslucht (≤275 kPa [≤40 psi]) worden
gebruikt om het drogen te bespoedigen.
• Inspecteer visueel of het hulpmiddel schoon is en let in het
bijzonder op moeilijk bereikbare gedeelten. Als er nog vuil
zichtbaar is, herhaalt u stap 1 tot en met 4.
Drogen
• Voor automatisch drogen gebruikt u de droogcyclus van het
wasapparaat.
• Voor handmatig drogen gebruikt u een schone, pluisvrije doek.
• Gefilterde perslucht (≤275 kPa [≤40 psi]) kan worden gebruikt
om het drogen van spleten, raakvlakken en moeilijk bereikbare
gedeelten te bespoedigen.
2 minuten
Koud kraanwater
N.v.t.
2 minuten
Warm kraanwater
Enzymatisch reinigingsmiddel
2 minuten
Ingestelde waarde (66 °C)
Niet-enzymatisch
reinigingsmiddel
2 minuten
Warm kraanwater
N.v.t.
7 minuten
115 °C
N.v.t.
5
NL-93