Voorbereiding
Draag altijd een veiligheidshelm, gehoorbescherming en
■
veiligheidshandschoenen. Draag ook een veiligheidsbril om
te voorkomen dat u oliespetters of zaagstof in uw ogen
krijgt. Draag een stofmasker tegen stof.
Draag stevige schoenen met stroeve zolen.
■
Gebruik het apparaat niet als het regent en onder vochtige
■
omstandigheden.
Controleer het apparaat voor gebruik op veiligheid, in het
■
bijzonder het zwaard en de ketting.
Gebruik het apparaat niet in de buurt van elektriciteitslei-
■
dingen. Houd een minimale afstand van 15 m tot boven-
grondse elektriciteitsleidingen aan.
Elektrische veiligheid
Gebruik het apparaat niet in een omgeving waar explosie-
■
gevaar heerst, zoals in de buurt van ontvlambare vloeistof-
fen, gassen of dampen. De door het apparaat veroorzaakte
vonken kunnen dergelijke dampen doen ontbranden.
Een apparaat met een defecte schakelaar moet onmiddellijk
■
worden gerepareerd om schade en letsel te voorkomen.
Veiligheid van personen
Gebruik het apparaat nooit als u op een ladder staat.
■
Buig bij het gebruik van het apparaat niet te ver voorover.
■
Zorg dat u altijd stevig staat en bewaar altijd uw evenwicht.
Gebruik het meegeleverde harnas om het gewicht gelijkma-
tig over uw lichaam te verdelen.
Ga niet onder de tak staan die u wilt afzagen om letsel
■
door vallende takken te voorkomen. Houd ook rekening met
terugspringende takken om letsel te voorkomen. Werk
onder een hoek van ongeveer 60°.
Houd er rekening mee dat het apparaat kan terugslaan.
■
Let niet alleen op de af te zagen takken, maar ook op reeds
■
afgevallen materiaal, om te voorkomen dat u struikelt.
Dek de geleider en de ketting bij transport en opslag af
■
met de koker.
Voorkom dat het apparaat onbedoeld wordt gestart.
■
Berg het apparaat op buiten het bereik van kinderen. Alleen
■
personen die vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing en
het apparaat mogen het bedienen.
|
116
Nederlands
Gebruik en behandeling
Schakel het apparaat nooit in voordat u zwaard, ketting en
■
kamwielhuis deugdelijk hebt gemonteerd.
Zaag geen hout dat op de grond ligt en probeer niet om uit
■
de grond stekende wortels te zagen. Voorkom in ieder geval
dat de zaagketting zich in de grond ingraaft, omdat hij
daardoor meteen stomp wordt.
Mocht u per ongeluk een vast voorwerp met het apparaat
■
aanraken, schakel de motor dan meteen uit en inspecteer
het apparaat op eventuele schade.
Las na 30 minuten werken een pauze in van minstens een
■
uur. Verander regelmatig van werkpositie.
Schakel de motor uit, verwijder de accu's en vergewis u
■
ervan dat alle roterende delen tot stilstand zijn gekomen
wanneer de hoogsnoeier vanwege onderhoud, inspectie of
opslag wordt stilgezet. Laat de machine afkoelen voordat
u deze controleert, instelt, enz.
Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer of bewegen-
■
de onderdelen naar behoren werken en niet klemmen, en
of onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn dat
hierdoor de werking van het apparaat wordt beïnvloed. Laat
beschadigde onderdelen vóór de ingebruikname van het
apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt
door slecht onderhouden apparaten.
Houd zagen scherp en schoon. Met zorg onderhouden zaag-
■
gereedschappen met scherpe zaagvlakken lopen minder
vaak vast en zijn gemakkelijker te sturen.
Laat het apparaat onderhouden door daartoe gekwalificeerd
■
personeel. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbe-
volen originele onderdelen.
5.14. Voorzorgsmaatregelen tegen terugslag
LET OP: TERUGSLAG!
Wees bij gebruik van het apparaat beducht op terugslag. Er
►
bestaat letselgevaar. U voorkomt terugslag door voorzichtig
te werk te gaan en op de juiste manier te zagen.
Als u iets met de punt van het zwaard raakt, kan dat in veel
■
gevallen een onverwachte reactie in achterwaartse richting
veroorzaken, waarbij de geleider omhoog en in de richting
van degene die het apparaat bedient, wordt geslagen (zie
afb. A).