2. Start de maaier zoals beschreven onder 11.5.2.
3. Zet de versnelling (8a) op "R". De maaier moet
stoppen.
4. Zet de versnelling (8a) op "N" en schakel de maai-
er weer in.
5. Zet
de
contactsleutel
(
) en de versnelling (8a) weer op "R".
De maaier (10) moet blijven draaien.
10.5.3 9HLOLJKHLGVVFKDNHODDU YDQ GH PDDLHU FRQ
troleren DIE
De veiligheidsschakelaar van de maaier garandeert
dat de motor niet kan starten als de maaier is inge-
schakeld.
1. Zorg ervoor dat de motor is uitgeschakeld.
2. Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
3. Druk het rempedaal (13) geheel in en bedien de
blokkeerrem (9).
4. Trek de aftakasknop (5) helemaal uit om de maai-
er in te schakelen.
5. Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de
motor te starten.
6. De motor mag niet starten!
10.5.4 9HLOLJKHLGVVFKDNHODDU RS GH EHVWXXUGHUV
VWRHOFRQWUROHUHQ
De stoelcontactschakelaar (1e) garandeert dat de
motor uitschakelt, zodra er geen persoon meer op de
bestuurdersstoel (1) zit.
1. Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
2. Trap het rempedaal (13) in en bedien de blokkeer-
rem (9).
3. Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de
motor te starten.
4. Ontlast de bestuurdersstoel (1) door op te staan
(niet uitstappen!)
5. De motor loopt verder.
6. Trap het rempedaal (13) in en los de blokkeerrem
(9).
7. De motor moet zich uitschakelen!
10.5.5 9HLOLJKHLGVVFKDNHODDU YDQ GH YDQJNRUI
FRQWUROHUHQ ELM PRGHOOHQ PHW YDQJ
NRUIDIE
De veiligheidsschakelaar (20e) op de vangkorf (21)
garandeert dat de maaier uitschakelt zodra de vang-
korf (21) bij een ingeschakelde motor niet correct is
ingehangen.
1. Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
2. Trap het rempedaal (13) in en bedien de blokkeer-
rem (9).
3. Ga te werk zoals beschreven onder 11.2 om de
motor te starten.
4. Trek de aftakasknop (5) helemaal uit om de maai-
er in te schakelen.
5. Til de lege vangkorf (21) licht op.
6. De maaier moet uitschakelen!
(4a)
op
"ROS"
-
-
DIE
-
www.scheppach.com
10.6 0HVVWRSLQULFKWLQJFRQWUROHUHQ
Bij het loskoppelen van de maaier wordt automatisch
en tegelijkertijd een remproces geactiveerd, die het
maaimes binnen enkele seconden tot stilstand brengt.
Een draaiend mes veroorzaakt duidelijk waarneem-
bare windgeluiden. Het lopen van de messen wordt
door het veroorzaakte windgeluid aangegeven en
kan zo worden gecontroleerd.
$ D QZL M ] L QJ
Als u merkt dat de messtopvoorziening
niet correct werkt (bijvoorbeeld als u nog steeds
windgeruis hoort), neem dan contact op met de klan-
tenservice of een gespecialiseerde werkplaats en ge-
bruik het product in geen geval.
10.7 9XOVWDQGVFKDNHODDUPLQVWHOOHQDIE
1. Haak de vangkorf (21) los zoals beschreven onder
10.9.
• Om droog gras te maaien, trekt u de vulstandscha-
kelaar (21m) zo ver mogelijk uit.
• Als u nat gras wilt maaien, duwt u de vulstandscha-
kelaar (21m) naar binnen.
• Klap de vulstandschakelaar (21m) 90° omlaag om
de zitmaaier op benzine te vervoeren.
10.8 % H VWXXUGHUVVWRHOLQVWHOOHQDIE
1. Ga op de bestuurdersstoel (1) zitten.
2. Trek de instelhendel (1d) naar achteren en stel de
bestuurdersstoel (1) in op een stand die bij u past.
3. Laat de instelhendel (1d) los.
10.9 9DQJNRUILQKDNHQORVKDNHQDIE
1. Houd de vangkorf (21) bij de handgreep vast en
kantel hem iets naar voren.
2. Plaats de vangkorf (21) op de beide houders
(20/20a) en klik het onderste deel van de vangkorf
(21) vast op het product.
3. Om de vangkorf (21) los te maken, tilt u deze aan
het handvat uit de vergrendeling op het product
en verwijdert u deze uit de houders (20/20a).
10.10 Maaivlak voorbereiden
1. Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig
voorafgaand aan het maaien.
2. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speel-
goed en andere voorwerpen, die door het appa-
raat weggeslingerd kunnen worden.
3. Let erop dat er geen personen op het te maaien
oppervlak aanwezig zijn.
11. Bediening
m / H W � R S �
Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge-
YDOYROOHGLJPRQWHUHQ
NL | 121