Nederlands
11.3
Wielaandrijving inschakelen en
uitschakelen
11.3.1
Wielaandrijving inschakelen
LET OP
► Bedien de hendel voor de wielaandrijving
alleen als de motor draait om schade aan
het apparaat te voorkomen.
► Plaats de grasmaaier op een vlakke onder‐
grond.
► Start de motor.
► Trek de schakelbeugel (1) volledig in de rich‐
ting van het stuur (2) en houd deze zodanig
vast dat de duim om het stuur valt.
De grasmaaier zet zich in beweging.
Rijsnelheid verhogen
► Schuif de hendel (3) tijdens het rijden naar
voren in de richting
Rijsnelheid verlagen
► Schuif de hendel (3) tijdens het rijden naar
achteren in de richting
11.3.2
Wielaandrijving uitschakelen
► Laat de schakelbeugel voor wielaandrijving
los.
► Wacht totdat de grasmaaier stilstaat.
11.4
Messenremkoppeling
11.4.1
Mes inschakelen
De grasmaaier is voorzien van een messenrem‐
koppeling. Als de schakelbeugel voor maaiwerk
wordt losgelaten, stopt het mes binnen enkele
seconden maar blijft de motor draaien. Zo kan de
gebruiker de wielaandrijving blijven gebruiken of
de grasopvangbox leegmaken zonder de motor
aansluitend opnieuw te hoeven starten.
Om het mes in te schakelen:
302
.
.
11 Met de grasmaaier werken
► Druk de schakelbeugel voor maaiwerk (1)
naar het stuur (2) toe, houd deze ingedrukt en
trek de hendel voor de messenremkoppe‐
ling (3) omhoog.
11.4.2
Mes uitschakelen
► Laat de schakelbeugel voor maaiwerk (1) los.
Het mes wordt uitgeschakeld en komt binnen 3
seconden tot stilstand. De motor blijft draaien.
11.5
Maaien en mulchen
De grasmaaier is voorzien van een multifunctio‐
neel mes en kan worden gebruikt om te maaien
of te mulchen.
► Neem het voorgemonteerde mulchhulpstuk
weg om te kunnen maaien,
► Als met ingeschakelde wielaandrijving wordt
gewerkt: rijd de grasmaaier gecontroleerd
vooruit.
► Als met uitgeschakelde wielaandrijving wordt
gewerkt: duw de grasmaaier langzaam en
gecontroleerd vooruit.
6.2.1.
0478-111-9963-A