8. OPTIES > AUTOMATISCHE VOETENPLANK
Controleer of de knop van de automatische voetenplank correct werkt
8.0
Controleer of de voetenplank soepel op- en uitklapt
8.1
Controleer het tandwiel en de heugel van het opklapmechanisme op slijtage
8.2
Controleer de veer op beschadigingen
8.3
Controleer het geluid van de motor (vervang de motor als deze te veel geluid maakt)
8.4
Controleer het opklapmechanisme op beschadigingen
8.5
Controleer of de voetenplank is uitgeschakeld als de noodknop is ingedrukt of de sleutelschakelaar uit staat
8.6
Controleer of de veiligheidsvoorziening werkt (als de voetenplank wordt op-/uitgeklapt, moet deze stoppen bij blokkades)
8.7
Controleer of de bouten van de motorframes nog goed vast zitten
8.8
9. OPTIES > AUTOMATISCHE DRAAIFUNCTIE
Controleer de werking van de automatische draaifunctie
9.0
Controleer de werking van de ontgrendelingsknop
9.1
Controleer of de automatische draaifunctie is uitgeschakeld als de noodknop is ingedrukt of de sleutelschakelaar uit staat
9.2
Controleer de weerstand van de automatische draaifunctie
9.3
10. OPTIES > KLAPRAIL
Controleer het scharnier
10.0
Maak de alle delen van de klaprail schoon en controleer de werking van de magneet.
10.1
Controleer de voeding van de oplader in het klaprailgedeelte
10.2
Controleer de collision-steun (op slijtage, vast zitten en rechtheid)
10.3
Controleer of de veiligheidsvoorziening werkt (de lift moet stoppen als deze de klaprail raakt)
10.4
11. OPTIES > SCHUIFRAIL
Controleer de functie van de schuifrail
11.0
Controleer of de veiligheidsdetecties van de rail (boven en onder) werken (de rail moet stoppen als hij ergens tegenaan stoot)
11.1
Controleer of de rail op de juiste positie stopt (boven en onder). Pas de magneetposities indien nodig aan.
11.2
Smeer vet aan de onderkant van de schuifrail dichtbij de onderste voet (beschreven in de installatiehandleiding)
11.3
Controleer of de veiligheidsdetecties (boven en onder) intact zijn en stevig vastzitten aan de uiteinden van de rail.
11.4
Controleer of alle rolvoetkappen aanwezig zijn en goed vastzitten aan de rolvoeten.
11.5
Controleer of de waarschuwingslabels intact zijn en goed zijn bevestigd op de eerste en laatste rolvoetkap.
11.6
Controleer of de gasveer lekt (aanzienlijke hoeveelheid olie ter hoogte van de eerste (vaste) montagevoet).
11.7
Controleer of de accudoos intact is en stevig op de montagebeugel is bevestigd
11.8
12. AFRONDING
Controleer of alle verwijderde delen op de juiste manier zijn teruggeplaatst
12.0
Maak nogmaals een testrit en controleer of alle functies nog steeds goed werken
12.1
12.2
Vul alle noodzakelijke documenten in
12.3
Controleer of alle juiste labels aanwezig en zichtbaar zijn
Bedank klanten voor hun tijd en vertel ze dat ze contact kunnen opnemen met de leverancier als er problemen zijn
12.4
De traplift is veilig / onveilig
Welke reparaties, vervangingen of aanpassingen zijn nodig zodat de
traplift veilig gebruikt kan blijven worden?
Wat is de vastgestelde termijn voor deze reparaties:
Handtekening medewerker van Handicare:
DE DEALER IS VERANTWOORDELIJK VOOR HET BEWAREN (TEN MINSTE 5 JAAR) VAN DIT CERTIFICAAT
34 SERVICE MANUAL
Opmerkingen
Datum inspectie:
Handtekening klant:
[INGEVULD EN ONDERTEKEND NA TESTEN]