• Zorg voor voldoende ventilatie in
de ruimte, maar vermijd tocht.
• Zorg ervoor dat u tijdens de trai-
ning voldoende drinkt.
• Zorg ervoor dat het apparaat
is ingeklapt en met de borgpen
stevig is vergrendeld voordat u het
apparaat verplaatst.
Gevaar voor beknelling
van vingers!
• Let bij het in- en uitklappen van het
roeiapparaat op plekken waar u
klem kunt raken.
Bijzondere voorzichtig-
heid – kans op lichamelijk
letsel bij kinderen!
• Houd kinderen ver verwijderd van
verpakkingsmateriaal. Er bestaat
verstikkingsgevaar!
• Het artikel is geen speelgoed en
dient buiten bereik van kinderen
te worden opgeslagen wanneer
het niet wordt gebruikt. Kinderen
mogen zich tijdens het gebruik
niet binnen de reikwijdte van het
artikel bevinden om kans op licha-
melijk letsel te voorkomen.
• Wijs kinderen uitdrukkelijk op het
feit dat het artikel geen speelgoed
is.
• Kinderen mogen niet met het arti-
kel spelen.
Gevaren als gevolg van
slijtage
• Het artikel mag alleen in goede
staat worden gebruikt. Controleer
het artikel voor elk gebruik op
beschadigingen of slijtage.
De veiligheid van het roeiappa-
raat kan alleen worden gegaran-
deerd wanneer het regelmatig
wordt gecontroleerd op schade
en slijtage. Indien de ketting of
de handgrepen van de trekstang
beschadigd zijn, dient u het artikel
niet meer te gebruiken.
• Gebruik uitsluitend originele ver-
vangingsonderdelen.
• Bescherm het artikel tegen extre-
me temperaturen, zon en vocht.
Onjuiste opslag en onjuist gebruik
van het artikel kunnen leiden tot
voortijdige slijtage en mogelijke
breuken in de constructie, wat
vervolgens kan leiden tot letsel.
• Onderzoek het artikel regelmatig
op beschadigingen en slijtage.
Wanneer het artikel beschadigd
is, mag u het niet meer gebruiken.
• Bevestig of schroef het apparaat
NOOIT permanent aan de vloer.
Niet-naleving kan aanzienlijke
schade aan het apparaat veroor-
zaken.
Waarschuwingsinstructies
batterijen!
• Verwijder de batterijen wanneer
deze opgebruikt zijn of als het arti-
kel langere tijd niet gebruikt wordt.
• Gebruik geen verschillende batte-
rijtypes, -merken, geen nieuwe en
gebruikte batterijen met elkaar en
die met een verschillende capa-
citeit, omdat deze uitlopen en
zodoende schade kunnen veroor-
zaken.
• Let op de polariteit (+/-) bij de
plaatsing van de batterijen.
• Vervang alle batterijen gelijktijdig
en voer de oude batterijen af
zoals voorgeschreven.
• Waarschuwing! Batterijen mogen
niet geladen of met andere midde-
len gereactiveerd, niet gedemon-
teerd, niet in het vuur geworpen of
kortgesloten worden.
• Berg batterijen altijd buiten het
bereik van kinderen op.
• Gebruik geen oplaadbare batterij-
en!
• Reiniging en gebruikersonderhoud
mogen niet door kinderen zonder
toezicht uitgevoerd worden.
• Reinig al naar behoefte en vóór
de plaatsing de batterij- en appa-
raatcontacten.
• Stel de batterijen niet bloot aan
extreme omstandigheden (bv. radi-
ator of direct zonlicht). Er bestaat
meer gevaar dat de batterijen
uitlopen.
• Waarschuwing. Gebruikte batterij-
en onmiddellijk afvoeren. Nieuwe
en gebruikte batterijen buiten het
bereik van kinderen houden. On-
middellijk medische hulp inroepen
bij het vermoeden dat batterijen
ingeslikt werden of het lichaam
binnengedrongen zijn.
Gevaar!
• Ga met een beschadigde of
uitlopende batterij uiterst voorzich-
tig om en voer deze onmiddellijk
zoals voorgeschreven af. Draag
daarbij handschoenen.
• Wanneer u met batterijzuur in aan-
raking komt, wast u het getroffen
lichaamsdeel met water en zeep.
Raakt er batterijzuur in uw oog,
dan spoelt u het met water uit en
laat u zich onmiddellijk medisch
behandelen!
• De aansluitklemmen mogen niet
kortgesloten worden.
Batterijen in het artikel
plaatsen (afb. N)
PAS OP: volg de volgende
aanwijzingen op om mechani-
sche en elektrische beschadigingen te
vermijden.
Plaats de meegeleverde batterijen (25) in het
batterijvak (8d) van de cockpit (8).
Batterijen plaatsen
1. Open het batterijvak (8d) aan de achterzijde
van de cockpit (8) en verwijder het batterij-
vakdeksel (8c).
2. Leg de 4 x 1,5 V batterijen LR6, AA (25) voor-
zichtig in het batterijvak (8d). De batterijen
moeten zich compleet in het batterijvak (8d)
bevinden.
PAS OP: let op de plus-/minpool van
de batterijen (25) en zorg ervoor dat u
deze correct plaatst, zoals aangegeven op de
bodem van het batterijvak (8d).
3. Plaats het batterijvakdeksel (8c) terug op de
achterzijde van de cockpit.
NL/BE
31