Voertuighoogte instellen
Voor de beste ploegprestaties moeten
het ploegplatform en de basis evenwijdig
zijn aan het te ploegen oppervlak. Om de
ploeg in de juiste positie te zetten, moet
de voertuighoogte worden afgesteld
voordat u gaat ploegen. Dit kan door
de veerinstellingen van het voertuig aan
te passen, de bandenspanning aan te
passen en gewicht aan het voertuig toe te voegen of te verwijderen. Zorg ervoor dat u bij
het opstellen van de machine rekening houdt met het gewicht van de bestuurder van het
voertuig.
Elke ploegsituatie is anders. Plan altijd op voorhand voordat u begint. Het is uw
verantwoordelijkheid om de situatie te analyseren en de nodige beslissingen te nemen
voor het juiste gebruik van uw WARN-producten. Enkele tips voor het gebruik van uw
WARN-ploeg:
√
De gewichtsbalans en stabiliteit van het voertuig kunnen sterk verschillen wanneer een ploeg is
aangekoppeld en wanneer het voertuig een geladen ploeg voortduwt. Door dit verschil zullen
de besturing en voertuigcontrole anders zijn.
√
Maximum 8 km/h (5 mph). Houd uw snelheid laag en let op hoe de machine reageert op uw
besturing. De ploeg kan tegen onzichtbare en vaste voorwerpen botsen, waardoor de controle
over het voertuig plotseling verandert. Gebruik een laag bereik en vierwielaandrijving indien
beschikbaar.
√
Houd omstaanders uit de buurt van de ploegroute of het ploegpad. De besturing en
voertuigcontrole zijn anders tijdens het ploegen, waardoor de reactietijd verandert.
√
Draag de correcte veiligheidsuitrusting. Lees de handleiding en veiligheidsstickers van uw
voertuig zorgvuldig.
√
Inspecteer uw apparatuur voor en na elk gebruik. Laat het repareren als het beschadigd is.
Dit geldt voor de ploeg, de lier (indien gebruikt) en het voertuig.
√
Stel je ploeg in in functie van de omstandigheden. U bereikt de beste resultaten met de juiste
aanvalshoek, veerspanning en draaihoek. Te veel snijactie zal uw voortgang vertragen of
stoppen. Te weinig kan de klus niet klaren.
√
Ploeg nooit zijheuvels die steiler zijn dan 10 graden.
HET PLOEGEN
WAARSCHUWING
De gewichtsbalans en stabiliteit
van het voertuig kunnen sterk verschillen wanneer een
ploeg is aangekoppeld en wanneer het voertuig een
geladen ploeg voortduwt. Door dit verschil zullen de
besturing en voertuigcontrole anders zijn.
WAARSCHUWING
Rijd altijd tegen een lage snelheid
wanneer het blad is gemonteerd. Rijd nooit sneller dan
8km/u (5mph) zelfs met het blad omhoog. Gebruik een
laag bereik indien beschikbaar.
WARN INDUSTRIES
95
HET PLOEGEN
WAARSCHUWING
Gebruik nooit de ploeg in de buurt van bijstaanders.
Rijd altijd tegen een lage snelheid wanneer het blad is gemonteerd.
WAARSCHUWING
Rijd nooit sneller dan 8km/u (5mph) zelfs met het
blad omhoog. Gebruik een laag bereik indien beschikbaar.
WAARSCHUWING
Ploeg altijd voorzichtig. Een botsing met een
verborgen of vast object kan het voertuig abrupt tot stilstand brengen of u
kunt de controle erover verliezen. Blijf altijd uit de buurt van bewegende
delen en scharnieren.
WAARSCHUWING
Houd altijd andere personen uit de buurt tijdens het
werken met of instellen van de ploeg.
WAARSCHUWING
Draag altijd stevige lederen werkhandschoenen bij
het hanteren van het liertouw.
Stap 1: TREK HANDSCHOENEN AAN EN
INSPECTEER UW APPARATUUR.
Kijk uit naar losse onderdelen en stukken,
versleten onderdelen en inspecteer op
schade. Corrigeer problemen voordat u
gaat ploegen. Zet het bladscharnier in de
rechte stand.
Stap 2: POSITIONEER DE
BLADCONSTRUCTIE EN HET VOERTUIG
Verplaats het voertuig en het
ploegmechanisme voorzichtig naar een
plat even oppervlak en ongeveer 1 meter
(3') uit elkaar. Verplaats het voertuig
langzaam naar de montagelipjes van de
buisconstructie totdat de duwbuis zich
tussen de voorbanden bevindt.
Stap 3: MONTEER HET
PLOEGMECHANISME
OP DE HOUDER VAN HET VOERTUIG
Hijs de duwbuis aan het uiteinde
van de montagelip en schuif het
ploegmechanisme op de slijtstang, waarbij u
de uitlijnhulpschijven in de montagehouder
plaatst. Als de ploeg op een losse
ondergrond staat, moet u mogelijk eerst aan
de ene en dan aan de andere kant werken.
Stap 4: INSTALLEER DE
VERBINDINGSPENNEN EN VERGRENDEL
DE PENBEUGEL
Installeer aan elke kant de
verbindingspen. Mogelijk moet u de
duwbuis heen en weer bewegen om de pen
er gemakkelijk in te kunnen steken. Als u
problemen ondervindt, kan een drijfpen
helpen bij het uitlijnen van de gaten.
Stap 5: BEVESTIG HET HEFAPPARAAT
Als u een lier gebruikt, plaatst u de lier
in vrijloop en trekt u 1 tot 2 meter (3 tot
5 voet) touw naar buiten. Leid het touw
door de touwgeleider en bevestig de haak
aan de dwarsbalk van de buisconstructie
zoals afgebeeld. Sluit de touwgeleider en
plaats de borgpen. Als u een ander type
hefapparaat gebruikt, lees dan zorgvuldig
de instructies die bij dat apparaat zijn
geleverd en volg deze op.
Stap 6: CONTROLEER DE BEDIENING VAN
HET HEFAPPARAAT
De ploeg hijsen en neerlaten. Let
er op hoe ver u kunt hijsen zonder dat
de hefi nrichting afslaat of een botsing
veroorzaakt tussen het ploegmechanisme
en het voertuig. Hijs de ploeg tijdens
gebruik niet te hoog op.
Stap 7: STEL DE AANVALHOEK, DE
HOOGTE VAN DE GLIJDERS EN DE
DRAAIHOEK VAN
HET BLAD IN
Op de stickers op het ploegblad vindt u
handige tips over het instellen van het blad
in functie van de uit te voeren klus. Als
het materiaal diep is, ploeg dan meerdere
dunne lagen in een neutrale hoek om de
belasting van de ploeg en het voertuig tot
een minimum te beperken. Werk de klus
af met een agressieve hoek zodat u een
schoon oppervlak bekomt.
WARN INDUSTRIES
96