Schoorsteenpijp
Vermijd contact van de schoorsteen met brandbaar
materiaal (bv. houten balken). Isoleer ze met
brandwerend materiaal. Als de pijpen door daken
of houten wanden gaan, is het raadzaam om een
hiervoor bedoelde speciale, gecertificeerde, in de
handel verkrijgbare kit te gebruiken. In geval van een
schoorsteenbrand, de inzethaard uitschakelen, de
stekker uit het stopcontact halen en de deur nooit
openen. De brandweer vervolgens oproepen.
Schoorsteenpot
De schoorsteenpot moet voldoen aan de volgende eisen:
• de doorsnede en inwendige vorm van de
schoorsteenpot moet overeenstemmen met die
van de schoorsteenpijp
• de nuttige doorsnede van de uitlaat van de
schoorsteenpot mag niet minder dan tweemaal
die van de schoorsteen zijn
• De schoorsteenpot die uit het dak komt of die in
contact blijft met de buiten (bijvoorbeeld in het
geval van open zolders), moet bedekt worden met
baksteen en goed geïsoleerd zijn.
• de schoorsteenpot moet zo gebouwd worden
dat binnendringen van regen, sneeuw en
vreemde voorwerpen in de schoorsteenpijp wordt
voorkomen en dat bij wind uit alle richtingen en
hellen, de afvoer van de verbrandingsproducten
blijft gewaarborgd (winddichte schoorsteenpot)
• De schoorsteenpot moet zodanig worden geplaatst
dat een goede verspreiding en verdunning van
de verbrandingsproducten wordt gewaarborgd
en in ieder geval buiten het terugstroomgebied.
De afmetingen en de vorm van dit gebied is
afhankelijk van de hellingshoek van het dak, het
is dus noodzakelijk om de minimumhoogtes toe te
passen.
• De schoorsteenpot moet winddicht zijn en de
hoogte van de nok overschrijden.
• De schoorsteenpot mag niet in de buurt van
gebouwen of andere obstakels staan, die de
hoogte van de schoorsteen overschrijden.
JA
NEE
Kenmerken van de schoorsteenkap
LET GOED OP:
- het apparaat moet door een gekwalificeerde
technicus worden geïnstalleerd, die over de
technische
en
professionele
beschikt, in overeenstemming met D.M.37/2008,
en die onder eigen verantwoordelijkheid kan
garanderen dat de praktijkcodes worden in acht
genomen
- de inzethaard moet worden aangesloten op een
verwarmingsinstallatie en/of op een net voor de
productie van warm tapwater, compatibel met de
prestaties en het vermogen;
- er moet ook rekening gehouden worden met alle
nationale, regionale, provinciale en gemeentelijke
normen en wetten van het land waarin het toestel
wordt geïnstalleerd
- controleer of de vloer niet ontvlambaar is: gebruik
zo nodig een geschikt voetstuk
- in het lokaal waar de warmtegenerator moet
worden geïnstalleerd, mogen geen afzuigkappen
aanwezig zijn of gemonteerd worden, noch
collectieve ventilatiekanalen.
Als deze apparaten zich in aangrenzende
ruimten bevinden die communiceren met het
installatielokaal, is het gelijktijdig gebruik van de
warmtegenerator verboden, daar het risico bestaat
dat in één van de twee ruimtes onderdruk ontstaat
- de installatie in kamers of badkamers is niet
toegestaan.
bekwaamheden
9