6.6 Aangesloten apparaten
■
Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten die
op het product zijn aangesloten in acht.
6.7 Product
■
Controleer voordat u het product gebruikt altijd metingen met een bekende
spanningsbron om een veilige werking te garanderen. Als een abnormale of
onregelmatige werking wordt vastgesteld:
– Stop onmiddellijk met gebruik
– Laat het product inspecteren door een gekwalificeerde technicus
■
Zorg er bij het uitvoeren van metingen voor dat er geen voorwerpen tussen de
klembekken bekneld raken (zoals kabels).
■
Overschrijd nooit de maximaal toegestane meetwaarden.
■
Risico op een fatale elektrische schok! Het product mag nooit worden gebruikt
als de behuizing of het deksel van het batterijvak is geopend.
■
Risico op een elektrische schok! Wees voorzichtig bij het werken met spannin-
gen van hoger dan 30 V/AC rms (42,4 V piek), 60 V/DC.
■
Stel de draaiknop vóór elk gebruik in op het juiste bereik/functie.
■
Controleer het product vóór elke meting op beschadiging. Voer nooit metingen
uit als de isolatie of het product beschadigd is.
■
Wees uiterst voorzichtig bij het werken in de buurt van blootliggende geleiders
of barenstellen, omdat contact kan leiden tot een elektrische schok.
6.8 Meetsnoeren en meetpennen
■
Het voltage tussen de aansluitpunten van de meter en aardpotentiaal mag in
CAT III nooit 300 V DC/AC overschrijden.
■
Meetpennen die gebruikt worden voor metingen op het STROOMNETWERK
moeten voldoen aan de EN 61010-031 norm, nominaal CAT III 300 V, 10 A of
beter.
■
Risico op een elektrische schok! Wees voorzichtig bij het werken met spannin-
gen van hoger dan 30 V/AC rms (42,4 V piek), 60 V/DC.
■
De meetsnoeren moeten worden losgekoppeld voordat het bereik / de functie
wordt gewijzigd.
98