NL – NEDERLANDS
1. Infectie.
2. Pijn, ongemak of een abnormaal gevoel door de aanwezigheid van het implantaat.
3. Overgevoeligheid voor metaal of een allergische reactie op een lichaamsvreemd voorwerp.
4. Migratie van het implantaat: het losraken van het implantaat.
5. Vertragende genezing van de wond of een infectie van een diepe wond, wat tot mogelijke verwijdering van het
implantaat kan leiden.
6. Een fractuur bij het implantaat vanwege niet-naleving van de postoperatieve voorschriften, verkeerde
implantaatkeuze of non-union.
Waarschuwingen
1. Vanwege medische redenen of defecten in het hulpmiddel is het mogelijk dat er een nieuwe ingreep moet
worden uitgevoerd voor het verwijderen of vervangen van de implantaten (schroeven). Indien er geen
corrigerende maatregelen worden getroffen, kunnen er complicaties optreden.
2. Platen en schroeven, draden of andere hulpmiddelen van andere metalen mogen niet in combinatie of in de
nabijheid van het implantaatgebied worden gebruikt.
3. Instrumenten, geleidingsdraden en schroeven dienen als scherpe objecten te worden beschouwd.
4. Indien een schroef van een te klein formaat in een gebied met veel functionele belasting wordt gebruikt, kan dit
leiden tot fractuur en defecten aan het implantaat.
56