13. Functiecontrole en werking
a) Bedieningselementen & functietest
1 Luidspreker voor akoestisch alarm
2 Controlelampje (LED)
3 Testtoets
Na de montage van de rookmelder dient een functiecontrole te worden uitgevoerd.
U gaat hiervoor als volgt te werk:
• Druk hiervoor net zo lang op de testtoets (3) totdat het alarm in werking wordt gezet (akoestisch
via signaalgenerator en optisch via het controlelampje). Na het loslaten van de testtoets wordt de
test beëindigd.
• De opname en adressering van de draadloze rookmelder "RM50" in combinatie met de alarmkiezer
"AW50" wordt in hoofdstuk 10. b) beschreven.
Gewoonlijk reageert de alarmkiezer "AW50" op alle binnen het radiografische bereik
aanwezige draadloze rookmelders "RM50"!
Dit betekent dat wanneer uw buurman dezelfde draadloze rookmelderset gebruikt, een
rookalarm in het huis van de buren ook door uw alarmkiezer wordt gesignaleerd
(geprogrammeerde telefoonnummers worden gekozen).
Om dit te voorkomen, kunnen de door u gebruikte rookmelders bij de alarmkiezer worden
aangemeld.
Daarna reageert de alarmkiezer alleen nog op een rookalarm van de aangemelde
rookmelder. Zie hiervoor hoofdstuk 10.b).
132
2
1
3