Nederlands
► Maak de bevestiging (1) los.
► Druk de uitwerpklep (2) volledig naar het
apparaat.
► Draai de bevestiging (1) vast.
De uitwerpklep is gesloten.
12 Na de werkzaamheden
12.1
Na het werken
► Schakel de motor uit.
► Als de grasmaaier nat is: laat de grasmaaier
drogen.
► Reinig de grasmaaier.
13 Vervoeren
13.1
Grasmaaier vervoeren
► De motor uitschakelen.
Het mes mag niet draaien.
► Trek de bougiestekker los.
Grasmaaier duwen
► Beweeg de grasmaaier langzaam en gecon‐
troleerd naar voren.
Grasmaaier dragen
► Draag werkhandschoenen van slijtvast materi‐
aal.
► Als de grasmaaier met uitgeklapte duwstang
wordt gedragen:
► Houd de grasmaaier met beide handen aan
de wielvork (1) vast (persoon 1) en met
beide handen aan de duwstang (2) (per‐
soon 2).
► Til en draag de grasmaaier met twee perso‐
nen.
240
► Als de grasmaaier met ingeklapte duwstang
wordt gedragen:
► Klap het stuur in.
► Houd de grasmaaier met beide handen aan
de wielvork (1) vast (persoon 1) en met
beide handen aan het onderste deel van de
duwstang (3) (persoon 2).
► Til en draag de grasmaaier met twee perso‐
nen.
De grasmaaier in een voertuig transporteren
► Zet de grasmaaier rechtopstaand zodanig
vast, dat de grasmaaier niet kan omvallen en
niet kan bewegen.
14 Opslaan
14.1
Grasmaaier opslaan
► Zet de motor uit en laat deze afkoelen.
► Trek de bougiestekker los.
► Sla de grasmaaier zodanig op, dat aan de vol‐
gende voorwaarden is voldaan:
– De grasmaaier staat buiten het bereik van
kinderen.
– De grasmaaier is schoon en droog.
– De grasmaaier kan niet omvallen.
– De grasmaaier kan niet wegrollen.
12 Na de werkzaamheden
0478-111-9972-A