Montagehandleiding uitsluitend voor vakpersoneel
5.4. Vermogensuitbreiding aansluiten (optioneel)
1. Leid de leiding van de vermogensuitbreiding door de kabeldoorvoering
in het aansluitbereik voor 230 V / 400 V
2. Sluit de leiding van de vermogensuitbreiding conform het aansluit-
schema aan op de klemmenlijst
voor het veiligheidscircuit en klem "ST2" voor het bedieningscircuit.
Neem de gebruiksaanwijzing van het desbetreffende apparaat in acht.
5.5. Kachelvoeler F1 aansluiten
1. Geleid de kachelvoelerkabels door de kabeldoorvoering
bereik voor laagspanning
2. Sluit de rode kachelvoelerkabels aan op de klemmen met het opschrift "STB"
op de klemmenstrook
3. Sluit de witte kachelvoelerkabels aan op de klemmen met het opschrift "F1"
op de klemmenstrook
5.6. Bankvoeler F2 aansluiten (optioneel)
1. Geleid de bankvoelerkabels door de kabeldoorvoering
bereik voor laagspanning
2. Sluit de kachelvoelerkabels aan op de klemmen met het opschrift "F2" op
klemmenstrook
5.7. Vochtigheidstemperatuurvoeler FTS2 aansluiten (optio-
neel, alleen PRO B3)
1. Geleid de voelerkabels door de kabeldoorvoering
voor laagspanning
2. Sluit de temperatuurvoelerkabels aan op de klemmen met het opschrift "F2"
op klemmenstrook
a. de zwarte kabel aan op de rechter klem.
b. de bruine kabel aan op de linker klem.
3. Sluit de kabels van de vochtigheidsvoeler aan op de klemmen met het op-
schrift "+ S -" op klemmenstrook
c. de groene kabel op klem "+" aan.
d. de oranje kabel op klem "S" aan.
e. de rode kabel op klem "-" aan.
.
1
.
2
.
2
.
1
.
2
.
1
.
2
2
.
f
. Gebruik daarbij klem "ST1"
e
in het aansluitbereik
4
n.
Pag. 19/38
a
in het aansluit-
5
in het aansluit-
4
NL