Aansluiting van de tractiemotoren
De motorkabels moeten zo worden gelegd, dat lostrekken of
beschadigen van de kabels niet mogelijk is.
Om technische redenen zijn de aansluitkabels van de tractie-
motoren kant-en-klaar voorgeassembleerd (opkrimpen vervalt)
en mogen niet worden ingekort / verlengd.
De motorkabels van de tractiemotoren moeten even lang zijn
om een gelijk aandrijfvermogen van de Mover® te garanderen!
Overtollige kabel moet zonder lussen in slangenlijnen worden
gelegd.
Het klepje van de aansluitstrip van de besturing ontgrendelen
door het in te drukken en de kabels volgens het aansluitsche-
ma vastklemmen (rood = plus, zwart = min). Let op de
juiste aansluiting!
Aansluiting van de aanzwenkmotoren
Op de 2-aderige kabels van de motoraansluitingen is de
plus-aansluiting (r) aangegeven door een rode streep in de
lengte van de kabelisolatie.
De motorkabels A + B labelen en naar de besturing leggen
(kabels eventueel met dezelfde lengte inkorten).
De isolatiegedeelten van de vlaksteekhulzen over de
kabels schuiven (bijv. zwart voor motor A en transparant
voor motor B). De vlaksteekhulzen opkrimpen, de isolatiege-
deelten van de vlaksteekhulzen erop schuiven en volgens het
aansluitschema aansluiten.
Aansluiting van de accu
Accu's met vloeibaar elektrolyt moeten in een aparte box met
een ontluchting naar buiten worden opgesteld. De zekering in
de plusleiding moet buiten de box worden aangesloten. Een
aparte box is bij gel- en AGM-accu's niet noodzakelijk. De in-
stallatievoorschriften van de accufabrikant opvolgen.
De accukabels moeten tot achter de zekering in de plusleiding
gescheiden van elkaar worden gelegd.
-
+
Afbeelding 28
De aansluitkabels van de accu (alleen de bijgeleverde originele
kabels van Truma gebruiken) naar de besturing leggen en met
de bijgeleverde klemmetjes en schroeven goed vastzetten.
De aansluitkabels van de accu mogen niet worden ver-
lengd. Ze moeten apart van de motorbekabeling worden
gelegd en mogen niet over de besturing lopen.
De aansluitkabels van de accu zodanig aanleggen dat deze
(met name bij doorvoeren door metalen wanden) niet kunnen
schuren. Gebruik ter bescherming geschikte doorvoertulen
om beschadigingen aan de kabels te vermijden. De aansluit-
kabels van de accu aansluiten op de aanwezige accuklemmen
(rood = plus, zwart = min).
Verkeerdom aansluiten van de polen leidt tot beschadi-
ging van de elektronica / besturing
De aansluiting op de besturing (conform aansluitschema)
moet in de volgorde – moer, ringoog accuaansluiting, moer –
plaatsvinden (aanhaalkoppel 7 Nm ±1).
Zekering in de plusleiding (150 A) in de buurt van de pluspool
aansluiten.
-
+
Aansluiting van het veiligheidsstopcontact
met microschakelaar
De bijgeleverde 2-aderige kabel met de vlaksteekhulzen door
de stopcontacthouder (g) en de rubber mof (h) leiden.
Eventueel het deksel openen en stopcontactaansluiting uit de
stopcontactbehuizing (i) drukken.
2-aderige kabel met de vlaksteekhulzen op de microschake-
laar steken.
RD / BK
Afbeelding 29
Eventueel de stopcontactaansluiting weer in de behuizing van
het stopcontact (i) plaatsen.
Schroef de stopcontactbehuizing (i) met rubber afdichting (h)
met 3 parkers (j) op de stopcontacthouder (g). (Door het kiezen
van de bevestigingsgaten in de stopcontacthouder en het draai-
en van de rubber afdichting zijn meerdere posities mogelijk.)
Kabel losjes door de trekontlasting (k) leggen en met 2 parkers
vastschroeven. De kabel kan afhankelijk van de inbouwsituatie
naar believen door een van de drie uitsparingen in de stopcon-
tacthouder naar buiten worden geleid.
g
PT 4 x 10
Afbeelding 30
Het veiligheidsstopcontact met de 4 schroeven, moeren en
sluitringen op de (kunststof) disselafdekking van de caravan
bevestigen.
M4 x 16
(4 x)
Sluitring 4,3
(4 x)
Afbeelding 31
BK
i
B 3,9 x 33
(3 x)
h
Moer M4 (4 x)
j
k
61