4. Veiligheidsaanwijzingen
!
WAARSCHUWING
Het lasapparaat is vervaardigd conform de veiligheidsrichtlijnen van de van kracht zijnde wetgeving.
Voor gebruik loont het de moeite met de volgende aanwijzingen rekening te houden:
4.1 Controleren van de staat van de apparatuur. Gebruik deze niet bij duidelijke tekenen van schade of
twijfels omtrent de staat van enige van de componenten, die de veiligheid van de bediener zouden
kunnen in het gedrang brengen.
4.2 Voed de apparatuur uitsluitend met eenfasige spanning 230V en tegen een frequentie van 50Hz.
Gebruik uitsluitend een netvoedingssysteem met aarding, conform de geldige regelgeving. Plaats
een beveiliging in de netvoedingslijn met een thermomagneet van 16 A.
Gebruik uitsluitend generatorsets met stroomuitvoer en stabiele frequentie
Gebruik uitsluitend generatorsets met stroomuitvoer en stabiele frequentie.
4.3 In geval van stroomtoevoer met een stroomgeneratorset, zal de uitvoer ervan hoger moeten zijn
dan 5 kVA en de geproduceerde stroom zal van hoge kwaliteit zijn. Maak een aardverbinding als de
stroomgeneratorset geen dubbele isolatie heeft.
Laat de set tussen 2 en 3 minuten werken, om de voltage te stabiliseren.
De arbeidsfactor moet hoger zijn dan 80%.
4.4 Gebruik uitsluitend uitbreidingen in de primaire kabel, na eerst gecontroleerd te hebben of ze zich
in goede staat bevinden. Ook de verbindingen met de contactdoos moeten volgens de normen en
in goede voorwaarden gebeuren. Om overdreven spanningsvallen die het resultaat van de lascyclus
kunnen in gevaar brengen te voorkomen, moeten uitbreidingskabels met de volgende doorsneden
gebruikt worden
- 3 mm
tot 10 m;
2
- 4 mm
tot 30 m.
2
4.5 Controleer de staat van de primaire en secundaire kabels voor het opstarten van de apparatuur.
4.6 Om geen enkele reden de apparatuurcomponenten manipuleren. Eender welke ingreep vereist
toelating van ROTHENBERGER
4.7 De apparatuur moet in haar container getransporteerd worden.Trek niet aan de apparatuur met
behulp van de primaire en secundaire kabels. Beveilig de apparatuur tegen schokken gedurende het
transport, in de werkplaats of ter plekke.
4.8 Plaats geen voorwerpen op de apparatuur om schade aan de display en de knoppen te vermijden.
4.9 Gebruik de apparatuur niet als batterijlader.
4.10 Gebruik de apparatuur niet rechtstreeks in greppels of vochtige zones.
4.11 Voer periodieke controles uit van de connectoren, kabels, enz. om een efficiënte energie-
overbrenging te verzekeren.
4.12 Vermits het lashulpstuk een elektromagnetisch veld van 50 Hz produceert, is het absoluut noodzakelijk dat:
- de bediener onderlegd is en het probleem van de straling van elektromagnetische velden met
laagfrequentie kent
- dat hij gedurende de lasfase zich op minstens 0,5 meter van het hulpstuk bevindt
- dat gedurende de lasfase eender welke andere persoon zich op minstens een meter van het hulpstuk
bevindt
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
NEDERLANDS
94