Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 3

16. Foutmeldingen

FOUT 2
FOUT 3
FOUT 4
FOUT 5
FOUT 6
FOUT 9
FOUT 11
FOUTMELDINGEN
Dit hoofdstuk verklaart de oorzaken van de door het lasapparaat gemelde fouten
en hun mogelijke oplossing. Om na een FOUT melding met het apparaat te werken,
drukt u op "RESETTEN".
WAARSCHUWING: Voor het opstarten van het apparaat moet u controleren of
de stroomtoevoer een frequentie heeft tussen 45 en 55 Hz. Een ongeschikte
frequentie kan de apparatuur beschadigen.
Onaanvaardbare temperatuur voor gebruik van de apparatuur.
Controleer of de omgevingstemperatuur tussen -10°C en+ 45°C ligt.
Defect circuit of sonde.
De afgelezen Ohmwaarde ligt boven de door de fabrikant vastgelegde limieten (UITSLUITEND
MET SCANNER).
De in de streepjescode verschijnende Ohmwaarde stemt niet overeen met de waarde
gelezen door het apparaat in het aangesloten accessoire.
Defect afleescircuit.
Controleer de status van de aansluitklemmen voor aansluiting op de bus en het gebruik
van het juiste type in verhouding met het gebruikte accessoire.
Stel de electrofusieverbinding niet lang bloot aan zonlicht in de zomer; dit zou de
Ohmwaarde van de verbinding tijdelijk kunnen wijzigen.
Overbelasting van het secundair circuit dat op het accessoire aangesloten is.
Verbindingskabels kortgesloten. Het accessoire heeft een weerstand die kleiner is dan de
tijdens de lascyclus aangegeven weerstand. Controleren en indien nodig het accessoire
vervangen met gebruik van het gelijkrichtgereedschap.
Defect circuit.
Secundair circuit geopend.
Aangesloten accessoireweerstand onderbroken.
Kabels losgekoppeld of defecte connectoren. Controleren en indien nodig het accessoire
vervangen met gebruik van het gelijkrichtgereedschap.
Defect circuit.
De geprogrammeerde voedingsspanning kan niet in stand gehouden worden.
Wijzigingen van de frequentiespanning in de voedingslijn.
Controleer de regelmatigheid van de stroomvoeding en/of de stroomgeneratorset.
Controleer ook of de voedingsspanning zich tussen 190 en 260V bevindt.
Defect circuit.
Kortsluiting in het secundaire circuit dat op het accessoire aangesloten is.
Verbindingskabel kortgesloten. Weerstand van het accessoire kortgesloten tijdens de
lascyclus. Voer een controle uit en indien nodig vervangt u het accessoire met gebruik van
het gelijkrichtgereedschap.
Defect circuit
Geheugen vol.
De 300 cycli die kunnen opgeslagen worden, zijn compleet. Wis de gegevens door gebruik
van een seriële printer of het "Hyper Terminal"-programma. Kan deze operatie niet
uitgevoerd worden, dan is het mogelijk verder te werken door drukken op "VALIDEREN".
In dit geval worden de gegevens van de eerst uitgevoerde lasoperatie gewist.
NEDERLANDS
102

Quicklinks ausblenden:

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis