GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelij-
ke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie
ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de
dood.
– Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv.
ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, enz.
Benodigd gereedschap:
• Steeksleutel SW 10/12 mm (13)
• Opvangbak*
• Brandstof-afzuigpomp*
• Oplader*
* = niet altijd meegeleverd!
11.1.1
Voorbereiden voor de opslag (afb. 8,
9, 11)
WAARSCHUWING
Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de
buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen ex-
plosies of brand veroorzaken.
1. Leeg de brandstoftank met een afzuigpomp voor
brandstof.
2. Start de motor en laat de motor net zo lang lopen, tot-
dat de resterende brandstof is verbruikt.
3. Bewaar de brandstof in reservoirs, die speciaal hier-
voor zijn bestemd.
4. Ververs de olie na elk seizoen.
5. Open de onderhoudsdeur (4).
6. En zet de mechanische aan/uit-schakelaar (15) in de
stand (STOP).
7. Verwijder de contactsleutel (3b) uit het contactslot
(3a) en berg hem veilig op om ongeoorloofd of onei-
genlijk gebruik door kinderen en andere personen te
voorkomen.
8. Demonteer de accu (8) en leg deze volgeladen in een
droge en afgesloten ruimte.
9. Bewaar het product op een goed geventileerde plaats
of locatie.
11.1.2
Tap de brandstof af met een
brandstof-afzuigpomp (afb. 14)
Bij opslag voor langere tijd moet de brandstof worden af-
getapt.
1. Houd een opvangbak onder de slang van de brand-
stofafzuigpomp.
2. Open de tankdop (1) door deze linksom te draaien.
3. Verwijder het brandstoffilterelement (1a).
4. Schuif de slang van de afzuigpomp voor brandstof in
de brandstoftank en tap de brandstof met behulp van
de afzuigpomp voor brandstof volledig af.
5. Plaats het brandstoffilterelement (1a) terug.
6. Sluit de tankdop (1) weer door deze recht te plaatsen
en rechtsom te draaien.
11.1.3
GEVAAR
Gevaar door onjuist opladen van de accu!
Bij een te hoge laadspanning bestaat er explosiegevaar
voor de accu.
Verwijder bij werkzaamheden aan de accu altijd de con-
tactsleutel uit het contactslot.
– De laadstroom van de oplader mag niet hoger zijn
dan 5 A en de laadspanning mag max. 14,4 V zijn.
LET OP
Gevaar op kortsluiting!
– Om kortsluiting te vermijden, maakt u altijd eerst de
minkabel (-) van de accu los en sluit u deze als laat-
ste weer aan.
– Let er bij het aansluiten/loskoppelen van de accu
op, dat de polen (+/-) elkaar en/of het frame niet
aanraken.
Zorg ervoor dat de accu's tegen onbevoegd gebruik (bijv.
door kinderen) zijn beschermd.
Laad de accu tijdens de winter 1-2 keer op, om te ga-
randeren dat de volledige laadcapaciteit behouden
blijft. Bij onjuiste opslag kan de accu beschadigen.
1. Schakel de motor uit en verwijder de contactsleutel
(3b).
2. Open de onderhoudsdeur (4).
3. Haal de beschermkappen van beide polen (+/-) van
de accu (8).
4. Verwijder de beide poolkabels (+/-) van de accu (8).
Gebruik een steeksleutel SW 10/12 mm (13).
5. Verwijder beide vleugelmoeren (8d) en verwijder de
accuhouder (8c).
6. Verwijder de accu (8).
7. Controleer de accu (8) op vervormingen.
Als de accu (8) vervormd is, moet deze onmiddellijk
door een nieuwe vervangen worden.
8. Sluit de accu (8) aan op een geschikte oplader. Ver-
bind aansluitend de rode kabel van de oplader met de
pluspool (+) en de zwarte kabel met de minpool (-).
9. Laad de accu (8) minimaal 5 uur op.
10. Gebruik snelladen alleen in noodgevallen, aangezien
de accu (8) met hoge snelheid wordt opgeladen, wat
de levensduur van de accu (8) aanzienlijk kan verkor-
ten. Als u een accu (8) gebruikt die snel is opgeladen,
laad deze dan zo snel mogelijk weer op om te voorko-
men dat de levensduur van de accu wordt verkort.
www.scheppach.com
Accu (8) laden (afb. 8-10)
NL | 85