10.1.1
Brandstoffilterelement (1a) reinigen
(afb. 6)
Aanwijzing:
Bij het brandstoffilterelement gaat het om een filterbeker,
die zich direct onder de tankdop bevindt en alle gevulde
brandstof filtert.
1. Open de tankdop (1) door deze linksom te draaien.
2. Verwijder het brandstoffilterelement (1a). Reinig deze
niet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel
met een hoog vlampunt.
3. Plaats het brandstoffilterelement (1a) terug.
4. Sluit de tankdop (1) weer door deze recht te plaatsen
en rechtsom te draaien. Zorg ervoor dat de tankdop
(1) volledig gesloten is om lekken en verdamping te
voorkomen.
10.2.1
Onderhoudsschema
De volgende onderhoudstermijnen absoluut in acht nemen om een storingsvrij bedrijf te waarborgen.
LET OP! Bij de eerste inbedrijfstelling moet motorolie en brandstof worden bijgevuld.
Controle van de motorolie
Verversen van de motorolie
Reiniging van het oliefilter
Controle van het luchtfilter
Reiniging van het luchtfilter
Visuele controle van het product
Brandstoftank, brandstoffilterelement reini-
gen
10.2.2
Controleer het oliepeil (afb. 11)
1. Open de onderhoudsdeur (4).
2. Draai de oliepeilstok (9a) los.
3. Veeg de oliepeilstok (9a) met een schone, pluisvrije
doek schoon.
4. Voer de oliepeilstok (9a) weer in, zonder de oliepeil-
stok (9a) weer vast te schroeven.
5. Trek de oliepeilstok (9a) eruit en lees in horizontale
stand het oliepeil af. Het oliepeil moet binnen de mid-
delste markering op de oliepeilstok (9a) staan.
6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen
hoeveelheid motorolie toe zoals beschreven in 8.3.
7. Schroef de oliepeilstok (9a) vervolgens weer vast.
10.2.2.1
Olieverversing (afb. 11)
De motorolie heeft invloed op de prestaties en levensduur
van het product.
Vervang de motorolie na de eerste 20 bedrijfsuren, daar-
na steeds na 100 uur resp. om de drie maanden.
Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswar-
me motor worden uitgevoerd.
1. Open de onderhoudsdeur (4).
2. Zorg voor een opvangbak om de verbruikte olie in op
te vangen.
3. Open de olieaftapplug (10). Gebruik een steeksleutel
SW 14/17 mm (14).
4. Draai de oliepeilstok (9a) los.
10.2
WAARSCHUWING
Draag bij onderhoudswerkzaamheden altijd veiligheids-
handschoenen en luchtwegbescherming!
Benodigd gereedschap:
• Steeksleutel SW 10/12 mm (13)
• Steeksleutel SW 14/17 mm (14)
• Opvangbak*
• Lap/doek*
Voor elk ge-
na een bedrijfstijd
bruik
van 20 uur
X
eenmalig
X
X
5. Wacht tot alle motorolie in de opvangbak is afgetapt.
6. Demonteer de bout van het oliefilter (10a). Gebruik
een steeksleutel SW 10/12 mm (13).
7. Draai het oliefilter (10a) er uit en reinig deze met die-
sel of een borstel.
8. Plaats het oliefilter (10a) terug. Monteer de bout van
het oliefilter (10a). Gebruik een steeksleutel SW 10/12
mm (13).
9. Vul de olietank (9) zoals onder 8.3 beschreven.
10. Start de motor zoals onder 9.6.1 beschreven.
11. Laat de motor kort warmlopen.
12. Meng het oliepeil zoals beschreven onder 10.2.2.
13. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.
10.2.3
GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en
eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandin-
gen of zelfs de dood.
– Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen.
– Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbare
oplosmiddelen.
www.scheppach.com
Onderhoud
na een bedrijfstijd van 100 uur
Evt. filterinzetstuk vervangen
X
Luchtfilter onderhouden (afb. 12)
X
X
X
NL | 83