gebruiker. De heggenschaar is uitsluitend bedoeld voor gebruik
door amateurs.
Misbruik het apparaat niet.
BESCHRIJVING VAN DE GRAFISCHE PAGINA'S
De nummering hieronder verwijst naar de onderdelen van het
apparaat die worden weergegeven op de grafische pagina's van
deze handleiding.
1.Mes bar
2.Dekking
3. extra handgreep
4. Vergrendelknop schakelaar
5. Vergrendelknop hoofdhandgreep
6.Schakelaar
7.Hoofdhandgreep
8. Batterijvergrendelknop
9. Oplaadbare batterij (niet meegeleverd)
10.Lader (niet inbegrepen)
11.LED's
12. Indicatorknop batterijstatus
13. Aanduiding laadstatus batterij (LED's).
14.Beschermkap
* Er kunnen verschillen zijn tussen de tekening en het product.
APPARATUUR EN ACCESSOIRES
• Mesafdekking - 1 st.
VOORBEREIDING OP HET WERK
DE BATTERIJ VERWIJDEREN / PLAATSEN
• Druk op de batterijknop (8) en schuif de batterij (9) eruit (Fig. A).
• Plaats de opgeladen batterij (9) in de handgreephouder tot de
batterijhouderknop (8) hoorbaar vastklikt.
Batterijtypen en -capaciteiten
Het apparaat is geschikt voor gebruik met ENERGY+ batterijen
58G001, 58G001-1, 58G004. 58G004-1, 58G086, 58G086-1,
58GE152.
We raden het gebruik van de 4 Ah 58G004-1 accu aan.
58G001
Type batterij
58G001-1
Batterijcapaciteit
2 Ah
Werktijd
71 min
DE BATTERIJ OPLADEN
De batterij voor het apparaat wordt geleverd in gedeeltelijk
opgeladen toestand. De batterij moet worden opgeladen bij een
omgevingstemperatuur van 4
batterij die lange tijd niet is gebruikt, bereikt het volledige vermogen
na ongeveer 3 - 5 laad- en ontlaadcycli.
• Verwijder de batterij (9) uit het apparaat (Afb. A).
• Steek de oplader (10) in een stopcontact (230 V AC).
• Schuif de accu (9) in de oplader (10) (Afb. B). Controleer of de
accu goed op zijn plaats zit (helemaal erin). Als de oplader is
aangesloten op een stopcontact (230 V AC), gaat de groene
LED (11) op de oplader branden om aan te geven dat de
spanning is aangesloten.
Als de accu (9) in de acculader (10) wordt geplaatst, gaat de rode
LED (11) op de acculader branden om aan te geven dat de accu
wordt opgeladen.
Tegelijkertijd gaan de groene LED's (13) van de ladingstoestand
van de batterij pulserend branden in verschillende patronen (zie
onderstaande beschrijving).
• Pulserende verlichting van alle LED's - geeft aan dat de
batterij leeg is en moet worden opgeladen.
• Pulserende verlichting van 2 LED's - duidt op gedeeltelijke
ontlading.
• Pulserende 1 LED - geeft aan dat de batterij goed opgeladen
is.
Als de batterij is opgeladen, brandt de LED (11) op de oplader
groen en branden alle LED's (13) voor de batterijstatus continu. Na
een bepaalde tijd (ca. 15s) gaan de acculaadstatus-LED's (13) uit.
58G004
58G086
58GE152
58G004-1
58G086-1
4 Ah
6 Ah
116 min
198 min
0
0
C - 45
C. Een nieuwe batterij of een
De batterij mag niet langer dan 8 uur worden opgeladen. Als dit
langer duurt, kunnen de batterijcellen beschadigd raken. De
oplader schakelt niet automatisch uit als de batterij volledig is
opgeladen. De groene LED op de acculader blijft branden. De LED
op de acculaadstatus gaat na enige tijd uit. Koppel de voeding los
voordat u de batterij uit de oplader haalt. Vermijd opeenvolgende
korte ladingen. Laad de batterij niet op nadat u deze korte tijd hebt
gebruikt. Als de tijd tussen twee oplaadbeurten aanzienlijk korter
wordt, is de batterij versleten en moet deze worden vervangen.
Accu's
worden
werkzaamheden uit direct na het opladen - wacht tot de accu op
kamertemperatuur is. Dit voorkomt schade aan de batterij.
SIGNAAL BATTERIJ OPLAADSTATUS De accu is uitgerust met
een indicatie voor de acculaadstatus (3 LED's) (13). Om de
oplaadstatus van de accu te controleren, druk je op de knop voor de
acculaadstatusindicatie (12) (Afb. C). Als alle LED's branden,
betekent dit dat de accu goed is opgeladen. Het oplichten van 2 diodes
duidt op gedeeltelijke ontlading. Het oplichten van slechts 1 diode
geeft aan dat de batterij leeg is en moet worden opgeladen.
VERSTELBARE HOOFDHANDGREEP
Voordat u met het werk begint, kan de positie van de
hoofdhandgreep worden aangepast zodat deze het meest geschikt
is voor het uit te voeren werk. De handgreep kan in 3 posities
worden gezet door hem 90
opzichte van de basispositie. Wanneer u de positie van de
hoofdhandgreep wijzigt, moet u ervoor zorgen dat u niet op de
schakelknop drukt, omdat de handgreep dan niet kan draaien.
• Druk op de vergrendelknop van de hoofdhandgreep (5) (afb. D).
• Draai de hoofdhendel in de gewenste positie.
• Handgreep
automatisch in de geselecteerde positie.
BEDIENING / INSTELLINGEN
AAN/UIT
Voor het opstarten moet het mesbalkdeksel worden verwijderd en
de batterij worden geplaatst.
De heggenschaar heeft een veiligheidsschakelaar die het gebruik
van beide handen vereist om te activeren.
Inschakelen - druk op de vergrendelknop van de schakelaar (4)
en terwijl u deze ingedrukt houdt drukt u op de schakelaarknop (6)
(Fig. E).
Uitschakelen - druk loslaten op de schakelknop (6) of de
8 Ah
vergrendelknop van de schakelaar (4)
De schaar werkt pas als de vergrendelknop van de schakelaar (4)
tegelijkertijd met de ene hand en de schakelaar (6) met de andere
240 min
hand wordt ingedrukt. Als u de druk op een van de schakelaars
loslaat, stopt de schaar met werken. De veiligheidsrem op de
beweging van de schaar blokkeert deze in minder dan 1 s nadat de
schakelaar is losgelaten.
INSTRUCTIES VOOR VEILIG GEBRUIK
Inspecteer de haag zorgvuldig op onzichtbare objecten zoals
hekken, gaas, enz. voordat je met het werk begint.
• Bij het snoeien van lange takken moet geleidelijk, in lagen,
worden gewerkt.
• De schaar mag alleen worden gebruikt als de haag droog is.
• Plaats het deksel van de messenbalk terug als het werk is
voltooid (Afb. F).
RANDEN TRIMMEN
• Naast het snoeien van heggen kunnen scharen ook worden
gebruikt om struiken en heesters te snoeien.
• Het beste knipresultaat wordt verkregen door de mesbalk zo te
richten dat deze een hoek van ongeveer 15
• De dubbelzijdige messenbalk en tegengesteld draaiende
messen maken snijden in beide richtingen of in een draaiende
beweging mogelijk (Fig. G).
• Om een uniforme hoogte van de haag te verkrijgen, is het aan
te raden om een koord of touw langs de geknipte rand van de
haag te spannen. Takken die over de gemarkeerde lijn hangen,
moeten worden afgeknipt (Fig. H).
• Om de takken onder de messen te geleiden, beweeg je de
messenbalk gelijkmatig naar voren of naar achteren langs de
snijlijn.
• De zijkanten van de haag moeten worden gesneden met een
gebogen beweging, van onder naar boven (Fig. I).
65
warm
tijdens
het
opladen.
O
naar links of rechts te draaien ten
De
hoofdhandgreep
Voer
geen
vergrendelt
0
met de heg maakt.