3. Gebruiksaanwijzing
Er zijn twee typen controllers: 'RIDE+ Pro' en 'DS3 Display met RC3 Remote'.
3.1 RIDE+ Pro controller
1• Snelheidsindicator 2• Accustatus 3• '+' Knop 4• Ritafstand-, Totaalafstand, Gemiddelde
snelheid, Tijdsaanduiding 5• '-' Knop 6• Huidige ondersteuningsstand 7• Huidige terugwinstand
8• Modusselectieknop
*WAARSCHUWING. Als de Service-indicatie (een vast- of knipperend sleutelsymbool) zichtbaar is op de
display, lees dan onmiddellijk de instructies in paragraaf 6.1.
• Systeem in- en uitschakelen
Druk kort op één van de twee bovenste knoppen om het
systeem in te schakelen. De accu piept vier keer, het systeem
voert een korte zelfcontrole uit (op de display weergegeven als
een aftelprocedure in het snelheidsveld) en het systeem wordt
geactiveerd (ingeschakeld). Zodra het systeem is ingeschakeld,
wordt de display weergegeven en verschijnt elke functie naast
de overeenkomstige knop.
Om het systeem uit te schakelen, drukt u kort op de
De accu piept vijf keer. Rijden met het systeem ingeschakeld
op stand 0 is hetzelfde als rijden met het systeem
uitgeschakeld. Als de fiets wordt achtergelaten met het
systeem ingeschakeld, wordt dit automatisch uitgeschakeld na ongeveer 10 minuten.
• De positie van de knoppen wijzigen
De
knop en de modusselectieknop
aan de rechterkant en de knoppen '+' en '-' aan de linkerkant.
De functies van de knoppen, rechts en links, kunnen worden
verwisseld. De code voor deze functie is 2009. Meer informatie
hierover kan gevonden worden in de paragraaf 'Programmeren'.
• De ondersteuningsstand wijzigen
Als het systeem op ondersteuning is ingesteld, drijft de
elektrische motor het achterwiel aan en ondersteunt zo de
trapbewegingen van de berijder. De ondersteuningsstand wordt
weergegeven door de pijltjes onderin de display.
11
10
9
8
7
9• Aan/Uit
knop 10• Verlichting Aan/Uit 11• Service-indicatie*.
bevinden zich normaal
g
1
2
6
knop.
ebruiksaanWijzing
3
4
5
NL-10