Veiligheidsinstructies
zo worden nageleefd zoals
beschreven in deze instructies.
Onderhoud mag alleen worden
•
uitgevoerd door gekwalificeerd
personeel.
Zowel de eerste ingebruikna-
•
me als alle werkzaamheden
met betrekking tot schoonma-
ken, desinfecteren en repa-
reren moeten in het logboek
worden vermeld.
De bedieningsinstructies voor
•
het vervangen van CO
-fles-
2
sen moeten in de buurt van de
CO
-fles worden aangebracht
2
en moeten duidelijk leesbaar
zijn.
Behalve de veiligheidsvoor-
•
schriften in deze instructies,
moeten ook de van toepassing
zijnde voorschriften met be-
trekking tot veiligheid, hygiëne,
gezondheid en milieubescher-
ming op de plaats van gebruik
worden nageleefd.
De operator moet contact
•
opnemen met de plaatselijke
autoriteiten om de lokale en
regionale vereisten voor de
installatie van apparaten die
verbonden zijn met de drink-
waterleiding te controleren.
Veiligheidsvoorzieningen
Gevaar door slecht functione-
rende veiligheidsvoorzienin-
gen!
Als de veiligheidsvoorzieningen
niet werken of uitgeschakeld
zijn, is er gevaar voor zeer ern-
stig of dodelijk letsel.
152 | NL
Voordat u de installatie start,
•
moet u controleren of de
veiligheidsvoorzieningen goed
werken en op de juiste manier
zijn geïnstalleerd.
Schakel de veiligheidsvoorzie-
•
ningen niet uit en overbrug ze
niet.
Zorg dat alle veiligheidsvoor-
•
zieningen altijd goed toeganke-
lijk zijn.
Hieronder volgt een beschrijving
van de veiligheidsvoorzieningen
zoals geïnstalleerd in het appa-
raat.
Aquastop
De aquastop bevindt zich tus-
sen het waterafsluitventiel en
de watertoevoer van de water-
dispenser. Een sensor aan de
binnenkant detecteert de hoe-
veelheid water die doorstroomt.
Als er een continu doorstroom-
volume van meer dan 10 liter
wordt gedetecteerd, sluit het
aquastop-ventiel automatisch de
watertoevoer af.
3
2
1
CO
-drukregelaar en over-
2
drukventiel
De CO
-drukregelaar is gemon-
2
teerd op de CO
-fles. De ge-
2
monteerde manometer geeft de
toegepaste CO
-druk aan in bar.
2
De linker manometer 1 geeft de
CO
-druk en het vulniveau van
2
de CO
-fles aan.
2
De rechter manometer 3 geeft
de CO
-druk aan die wordt
2
toegepast op het apparaat. De
optimale instelling is 0,45 MPa /
4,5 bar.
Voor extra veiligheid heeft de
CO
-drukregelaar een overdruk-
2
ventiel 2.
Waterdrukregelaar
Volgens DIN EN 1717 wordt de
waterdispenser geïnstalleerd
met een waterdrukregelaar en
een controleerbare terugslag-
klep. De waterdrukregelaar
verlaagt de inlaat waterdruk.
De waterdrukregelaar is vooraf
ingesteld op 0,4 MPa / 4 bar.
Deze druk mag niet zonder toe-
stemming worden gewijzigd.
Aangehechte etiketten en
voorschriften
Gevaar bij onleesbare etiket-
ten!
Na verloop van tijd kunnen
stickers en opschriften vuil of
om een andere reden slecht
leesbaar worden, wat betekent
dat gevaren niet kunnen worden
herkend en de noodzakelijke
bedieningsinstructies niet kun-
nen worden opgevolgd. Dit kan
mogelijk leiden tot letsel.
Zorg dat alle instructies met
•
betrekking tot veiligheid,
waarschuwingen en bediening
altijd duidelijk leesbaar zijn.
Vervang beschadigde opschrif-
•
ten of stickers onmiddellijk.
Reserveonderdelen
Het gebruik van onjuiste re-
serveonderdelen en filters kan
schade aan en storingen van
de waterdispenser veroorzaken.
Gebruik alleen originele re-
•
serveonderdelen filters van
BRITA SE of reserveonder-
delen en filters die zijn goed-
gekeurd door BRITA SE. Het
apparaat mag alleen met
nieuwe leidingen verbonden
worden met de drinkwater-
leiding. Gebruik nooit oude
slangen.
Laat de waterdispenser nooit
•
door een onbevoegde persoon
repareren.
Neem voor reparaties, die
•
alleen door gekwalificeerde
personen mogen worden uitge-
NL | 153