Als de velsnede aan het scharnierstuk
wordt benaderd, zou de boom moeten
beginnen te vallen. Als het duidelijk wordt
dat de boom niet in de gewenste richting
valt of naar achteren leunt en de zaagket-
ting vastzit, moet u de velsnede onder-
breken. Gebruik een wig van hout, kunst-
stof of aluminium om de snede te openen
en de boom om te leggen in de gewenste
vallijn.
5. Schuif een velwig in de zaagsnede,
zodra de snijdiepte dit toelaat, om
een vastklemmen van het zwaard te
verhinderen (Fig. P).
6. Als de stamdiameter groter is dan de
lengte van het blad, maak dan twee sne-
den (Fig. R).
7. Zodra de velsnede is gemaakt, valt de
boom vanzelf of met behulp van de vel-
wig.
WAARSCHUWING! Zodra de boom be-
gint te vallen, trekt u de kettingzaag uit de
zaagsnede, stopt u de motor, legt u de ket-
tingzaag neer en verlaat u de werkplek via
het terugtrekpad. Let op voor de vallende
takken en struikel niet.
Onttakken
Onttakken is de term voor het verwijde-
ren van takken en twijgen van een gevelde
boom.
VOORZICHTIG! Gevaar voor verwondin-
gen! Zaag nooit takken af als u op de boom-
stam staat. Houd rekening met het terug-
slagbereik wanneer takken onder spanning
staan.
(Fig. M)
• Verwijder alleen steuntakken na het op
lengte knippen.
• Zaag takken onder spanning vanaf de on-
derkant naar boven om te voorkomen dat
het apparaat vastloopt.
• Gebruik dezelfde techniek als bij het afza-
gen van dikkere takken Op lengte snijden,
Pag. 93.
• Werk links van de stam en zo dicht moge-
lijk bij het apparaat. Indien mogelijk moet
het gewicht het apparaat op de stam rus-
ten.
• Verander van plaats om takken voorbij de
stam af te zagen.
• Snijd vertakte takken afzonderlijk op leng-
te af. Laat grotere, naar beneden gerichte
takken, die de boom steunen, voorlopig
staan.
• Scheid kleinere takken in één keer.
Op lengte snijden
Op lengte snijden is het zagen van gevelde
boomstammen in kleine stukken.
• Zorg ervoor dat u stevig staat en dat uw
lichaamsgewicht gelijkmatig over beide
voeten is verdeeld.
• Ondersteun de stam indien mogelijk. De
stam moet worden onderbouwd en on-
dersteund door takken, balken of wiggen.
• Zorg ervoor dat de zaagketting bij het za-
gen de grond niet raakt.
• Ga op hellend terrein boven de stam
staan.
Technieken voor op lengte zagen
Stam ligt op de bodem (Fig. I)
Zaag van bovenaf helemaal door de stam en
zorg ervoor dat u de grond niet raakt aan het
einde van de zaagsnede. Als het mogelijk is
om de stam te draaien, zaag dan 2/3 ervan
door. Draai de stam vervolgens om en zaag
de rest van de stam van bovenaf door.
Stam wordt aan één uiteinde ondersteund
(Fig. J)
Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter van on-
der naar boven door (met de bovenkant van
het zwaard) om splinters te voorkomen. Zaag
vervolgens van boven naar beneden (met de
onderkant van het zwaard) in de richting van
de eerste zaagsnede om vastlopen te voor-
komen.
Stam wordt aan beide uiteinden
ondersteund (Fig. K)
Zaag eerst 1/3 van de stamdiameter van bo-
ven naar beneden door (met de onderkant
van het zwaard). Zaag vervolgens van on-
der naar boven (met de bovenkant van het
zwaard) totdat de zaagsneden samenkomen.
Zagen op een zaagbok (Fig. L)
Houd de kettingzaag met beide handen ste-
vig vast en leid de machine tijdens het zagen
voor uw lichaam. Wanneer de boomstam
doorgezaagd is, leidt u de machine langs
het lichaam naar de rechterkant (1). Houd
de linkerarm zo recht mogelijk (2). Kijk uit
voor de vallende boomstam. Plaats uzelf zo
dat de afgehakte stam geen gevaar vormt.
Zorg goed voor uw voeten. De doorgezaag-
NL
BE
93