Looprichting van de
zaagketting
4. Oriënteert u zich bij de uitlijning van de
zaagketting (6) aan het pictogram onder
de kettingwielafdekking (14) wanneer het
zwaard gedraaid wordt.
Opslag
• Verwijder de accu's.
• Reinig het apparaat alvorens het op te
bergen.
• Zet nu de kettingbescherming (16) aan.
• Maak de olietank leeg als u langere werk-
pauzes inlast. Verwijder de oude olie op
een milieuvriendelijke wijze (Afvoeren/
milieubescherming, Pag. 98).
Er kunnen nog olieresten in de slangen en
in het apparaat zitten die tijdens de op-
slag kunnen weglekken. Plaats het appa-
raat op een geschikte ondergrond/in een
oliepan voor opslag.
• Bewaar het apparaat op een droge, stof-
vrije plek en buiten bereik van kinderen.
Probleemopsporing
De volgende tabel helpt u bij het oplossen van storingen:
Probleem
Apparaat start niet
Zaagketting draait niet en er
klinkt een waarschuwingstoon
Apparaat met accu:
• De opslagtemperatuur voor de accu en
het apparaat bedraagt tussen 0 °C en
45 °C. Vermijd extreme koude of hitte
tijdens de opslag, om een aantasting van
de werking van de accu te voorkomen.
• Neem de accu uit het apparaat als u het
apparaat gedurende langere tijd (bijv. tij-
dens de winter) niet zult gebruiken (neem
de afzonderlijke bedieningshandleiding
voor accu en oplader in acht).
Transport
• Bedek het zwaard en de zaagketting met
de kettingbescherming (16) wanneer u het
apparaat vervoert.
• Voor korte afstanden op de werkplek:
draag het apparaat aan de voorste hand-
greep met het zwaard (4) naar achteren
gericht.
• Schakel het apparaat vóór elk transport
uit en verwijder de accu's. Beveilig het
apparaat tegen kantelen tijdens transport
(ook in voertuigen) om letsel, schade of
olieverlies te voorkomen.
Mogelijke oorzaak
Accu's (17) leeg of niet ge-
plaatst
Aan-/uitschakelaar (2) defect
Motor defect
Kettingrem blokkeert zaagket-
ting (6)
NL
Foutherstel
Laadtoestand accu controle-
ren, evt. reparatie door elektri-
cien
Neem contact op met het ser-
vicecentrum.
Kettingrem controleren,
Pag. 88
BE
97