NL
BE
3. Sluit de acculader (21) aan op een stop-
contact.
4. Trek na het laden de stekker van de ac-
culader (21) uit het stopcontact.
5. Trek de accu (17) uit de acculader (21).
Controle-LED's op de laadunit (21):
groen
rood
brandt
—
—
brandt
—
knippert
knippert
knippert
Bedrijf
Voor het bedrijf
WAARSCHUWING! Gevaar voor verwon-
dingen! Draag altijd beschermende hand-
schoenen bij het werken met de zaagketting
en gebruik alleen originele onderdelen.
Vóór de inbedrijfstelling van het apparaat
moet u:
• Zaagketting spannen, Pag. 91
• Kettingolie toevoegen, Pag. 89
• beide accu's opladen en plaatsen
• Kettingrem controleren, Pag. 88
• Automatische olieregeling controleren,
Pag. 88
Kettingrem controleren
AANWIJZING! De zaagketting draait niet als
de kettingrem is ingeschakeld.
Procedure (Fig. G)
1. Plaats de kettingzaag op een stevige,
vlakke ondergrond. Ze mag geen voor-
werpen raken.
2. Druk op de kettingremhendel (5).
3. Houd het apparaat tijdens het werken
steeds met beide handen stevig vast:
met de rechterhand op de achterste
(1) en met de linkerhand op de voorste
handgreep (4). Duim en vingers moeten
de handgrepen stevig omsluiten.
4. Schakel het apparaat in (In- en
uitschakelen, Pag. 89). Er klinkt een
waarschuwingstoon. De indicator (34)
voor de geplaatste kettingrem knippert.
De kettingrem werkt.
5. Laat de aan-/uitknop (2) los.
88
Betekenis
• Accu is volledig
geladen
• klaar (geen accu
geplaatst)
Accu wordt geladen
accu oververhit
accu defect
WAARSCHUWING! Risico op letsel door
de nalopende zaagketting. Als de kettingrem
niet goed werkt, mag u de kettingzaag niet
gebruiken. Neem contact op met het servi-
cecentrum.
Automatische olieregeling controleren
Controleer het oliepeil en het automatische
oliesysteem voordat u met de werkzaamhe-
den begint.
Procedure
1. Houd de kettingzaag boven een lichtge-
kleurd oppervlak. De kettingzaag mag de
bodem niet raken.
2. Schakel de kettingzaag in.
Als er een spoor van olie te zien is, werkt de
kettingzaag perfect. Als er geen oliespoor is,
reinigt u de oliedoorgang of neemt u contact
op met het servicecentrum.
Oliedoorlaat reinigen
Reinig de oliedoorvoer (35) om een storings-
vrije, automatische smering van de zaagket-
ting tijdens bedrijf te garanderen.
Benodigde gereedschappen en hulpmid-
delen
• Vod
• Penseel
Procedure (Fig. H)
1. Veeg eventuele resten uit de oliedoorlaat
(35). Gebruik hiervoor een vod of pen-
seel.
Kettingsmering
We raden aan om de meegeleverde biologi-
sche zaagkettingolie of een vergelijkbare, bi-
ologisch afbreekbare multifunctionele olie te
gebruiken voor de smering.
AANWIJZING! Als u de kettingzaag met te
weinig olie gebruikt, zullen de zaagpresta-
ties en de levensduur van de zaagketting af-
nemen, omdat de zaagketting sneller bot
wordt. U kunt onvoldoende olie herkennen
aan de rookontwikkeling of verkleuring van
het zwaard. Zorg ervoor dat er altijd olie op
de ketting stroomt.
Uw apparaat is voorzien van een automa-
tisch smeersysteem. Zodra de motor loopt,
vloeit er olie naar het zwaard (7).
VOORZICHTIG! Schakel het apparaat uit
en verwijder de accu's uit het apparaat voor-
dat u eraan werkt.