ONDERHOUD
Om de evenwijdigheid met betrekking tot het gazon te
regelen dient u:
– één vulstuk (1) van 26 mm onder de voorste rand
van het maaidek aan te brengen, één van 32 mm (2)
onder de achterste rand en de hendel in stand «1» te
zetten, ervoor zorgend dat de hendel in de desbe-
treffende inkeping blijft;
– de moeren (3 - 5 - 7) en de contramoeren (4 - 6 - 8)
losser te draaien zodat het maaidek stevig op de
vulstukken rust;
– moer (3) bij te stellen totdat u merkt dat de rechter-
achterkant van het maaidek omhoog begint te
komen, om daarna de desbetreffende contramoer
(4) vast te draaien;
– moer (5) vast te schroeven op de stang totdat u
merkt dat de rechtervoorkant van het maaidek
omhoog begint te komen, om daarna de desbe-
treffende contramoer (6) vast te draaien;
– moer (7) van de linkervoorsteun vast te schroeven
totdat u merkt dat die kant van het maaidek omhoog
begint te komen, om daarna contramoer (8) vast te
draaien.
Als het niet mogelijk is om het maaidek evenwijdig te
krijgen, neem dan contact op met een erkende garage.
6.5 DEMONTAGE EN VERVANGING
6.5.1 De wielen vervangen
Zet de machine op een vlakke ondergrond. Zet aan de
kant waar het wiel vervangen moet worden een houten
steunblok onder een dragend deel van het chassis van
de machine.
De wielen worden op hun plaats gehouden door een
metalen borgring (1) die u met een schroevedraaier
kunt verwijderen.
De achterwielen zijn rechtstreeks op de steekassen gemonteerd, d.m.v. een spie die in de naaf
van het wiel zit.
Voordat u de wielen opnieuw monteert moet u de wielassen altijd met vet smeren en de
beschermring en de borgring (2) precies op hun plaats doen.
OPMERKING
ten dat beide wielen dezelfde diameter hebben, zo niet dan dient u de afstelling van het maai-
dek te controleren om te vermijden dat het gazon ongelijkmatig gemaaid wordt.
Als u één achterwiel of beide achterwielen vervangt dient u erop te let-
NL
3
4
5
6
7
8
2
1
31