24
NL
5.3.7 Overzicht van de omstandigheden waarin de veiligheidsinrichtingen
toestemming geven of zich inschakelen
De veiligheidsmechanismen hebben twee functies:
– ze voorkomen de start van de motor als de veiligheidsmaatregelen niet in acht zijn genomen;
– ze stoppen de motor als er ook maar één veiligheidsconditie wegvalt.
a) Om de motor te starten is het in ieder geval nodig dat:
– de koppeling in de "vrije" stand staat;
– het mes uitgeschakeld is;
– de gebruiker op de stoel van de machine zit ofwel de handrem ingeschakeld is.
b) De motor stopt automatisch als:
– de gebruiker de stoel verlaat terwijl de messen ingeschakeld zijn;
– de gebruiker de stoel verlaat terwijl de koppeling niet in de "vrije" stand staat;
– de gebruiker de stoel verlaat terwijl de koppeling wel in de "vrije" stand staat, maar de hand-
rem niet is ingeschakeld;
– de zak wordt opgetild of als de steenbeschermkap wordt verwijderd terwijl de messen inge-
schakeld zijn;
– of de handrem ingeschakeld is zonder het mes te hebben uitgeschakeld.
De volgende tabel geeft enige situaties weer, waarbij de redenen van tussenkomst onderlijnd
zijn.
Bestuurder
Opvangzak
A) STARTEN (Sleutel in de «START» stand)
Zit op stoel
Geen invloed
Zit op stoel
Geen invloed
Afwezig
Geen invloed
B) TIJDENS HET MAAIEN (Sleutel in de «DRAAIEN» stand)
Afwezig
Afwezig
Geen invloed
Afwezig
Zit op stoel
NEE
Zit op stoel
5.3.8 Kaartbeveiligingssysteem
De elektronische kaart is uitgerust met een zelfherstellende beveiliging die de stroomkring
onderbreekt indien er zich onregelmatigheden in de elektrische installatie voordoen; als dit
beveiligingssysteem in werking treedt slaat de motor af en dit wordt aangegeven door het con-
trolelampje dat uitgaat.
De stroomkring wordt na enkele seconden vanzelf weer ingeschakeld; stel de oorzaken van de
storing vast en verhelp deze om te voorkomen dat de signalering zich herhaalt.
Mes
Ontkoppeld
Ingeschakeld
Ontkoppeld
JA
Ingeschakeld
Ontkoppeld
JA
Ontkoppeld
Ingeschakeld
JA
Ingeschakeld
GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN
Koppeling
Remmen
1....5 - F/R
Ingeschakeld
«N»
Ingeschakeld
«N»
Uitgeschakeld
Geen invloed
Ingeschakeld
1....5 - F/R
Uitgeschakeld
«N»
Uitgeschakeld
Geen invloed
Uitgeschakeld
Geen invloed
Uitgeschakeld
Motor
Slaat NIET aan
Slaat NIET aan
Slaat NIET aan
Slaat af
Slaat af
Slaat af
Slaat af
Slaat af