VOORZICHTIG! Om veiligheids-
redenen raden we onervaren gebrui-
kers af om een boomstam te vellen
met een zwaardlengte die kleiner is
dan de diameter van de stam.
• Zorg ervoor dat er geen mensen
of dieren in de buurt van het werk-
gebied zijn. De veiligheidsafstand
tussen de te vellen boom en de
dichtstbijzijnde werkplek moet 2 ½
boomlengte zijn.
• Let op de valrichting. De gebruiker
moet zich veilig in de buurt van de
gevelde boom kunnen bewegen
om de boom gemakkelijk te kun-
nen inkorten en er de takken van
te verwijderen. Het moet worden
voorkomen dat de vallende boom
in een andere boom wordt gevan-
gen.
• Let op de natuurlijke valrichting,
die afhangt van de helling en krom-
ming van de boom, de windrich-
ting, de positie van grotere takken
en het aantal takken.
• Blijf bij het zagen op een helling
boven de te vellen boom. De boom
zal waarschijnlijk naar beneden rol-
len of glijden na het vellen.
• Kleine bomen met een diameter
van 15-18 cm kunnen meestal in
één keer worden afgezaagd.
• Voor bomen met een grotere dia-
meter moeten inkepingen en een
velsnede worden aangebracht
(Fig. O).
• Worden bomen door twee of meer-
dere personen tegelijk gesnoeid en
geveld, dan moet de afstand tus-
sen de personen die bomen vellen
en snoeien ten minste het dubbele
van de hoogte van de boom bedra-
gen die wordt geveld.
Klap de gehoorbescherming onmid-
dellijk na het zagen op, zodat u gelui-
den en waarschuwingssignalen kunt
horen.
Procedure
1. Onttakken (Fig. T)
Verwijder naar beneden hangen-
de takken door de snede boven de
tak te plaatsen. Onttak nooit hoger
dan schouderhoogte.
2. Ontsnappingsgebied (Fig. N)
Verwijder het kreupelhout rond de
boom zodat u zich gemakkelijk
kunt terugtrekken. Het ontsnap-
pingsgebied (1) moet ongeveer 45°
achter de geplande velrichting (2)
liggen.
3. Valkerven snijden (A) (Fig. O)
Breng een valkerf aan in de rich-
ting waarin de boom moet vallen.
Begin met de onderste, horizonta-
le snede. De snijdiepte moet on-
geveer 1/3 van de stamdiameter
zijn. Maak nu een schuine zaag-
snede met een snijhoek van on-
geveer 45°, van boven, die exact
uitkomt op de onderste zaagsne-
de. Daardoor wordt vermeden dat
de zaagketting of de geleidingsrail
bij de tweede inkeping ingeklemd
raakt.
WAARSCHUWING! Ga nooit
voor een boom staan die is inge-
kerfd.
4. Velsnede (B) (Fig. O)
Maak de velsnede vanaf de ande-
re kant van de stam. Ga links van
de boomstam staan en zaag met
trekkende zaagketting (met de on-
derkant van het zwaard). De vel-
snede moet horizontaal minstens
5 cm boven de horizontale inke-
ping lopen. Ze moet diep genoeg
zijn zodat de afstand tot de snijlijn
van de inkeping ten minste 1/10
van de stamdiameter bedraagt.
Het niet doorgezaagde gedeelte
van de stam wordt bestempeld als
NL
BE
121