3. Controleer het zwaard (7) op slijta-
ge.
4. Verwijder bramen en maak de ge-
leidingsvlakken weer recht met
een vlakke vijl.
5. Reinig de oliedoorvoer (35) om een
storingsvrije, automatische sme-
ring van de zaagketting tijdens be-
drijf te garanderen.
6. Monteer het zwaard (7), de zaag-
ketting (6) en de kettingwielafdek-
king 14) en span de kettingzaag.
Als de oliedoorgang in optimale con-
ditie is, spuit de zaagketting automa-
tisch wat olie af enkele seconden na-
dat de kettingzaag is gestart.
Zwaard omdraaien
VOORZICHTIG! Snijwonden!
Draag snijbestendige handschoenen
bij het hanteren van de zaagketting of
het zwaard.
Het zwaard (7) moet elke 10 werkuren
worden omgedraaid om een gelijkma-
tig slijtage te waarborgen.
Procedure (Fig. B)
1. Schakel het apparaat uit en neem
de accu's uit het apparaat.
2. Verwijder de kettingwielafdek-
king (14), de zaagketting (6) en het
zwaard (7).
3. Draai het zwaard om zijn horizon-
tale as en monteer zwaard en ket-
ting zoals onder Zaagketting en
zwaard monteren, Pag. 118 be-
schreven. Let daarbij op de loop-
richting van de zaagketting!
Looprichting van de
zaagketting
4. Oriënteert u zich bij de uitlijning
van de zaagketting (6) aan het pic-
togram onder de kettingwielafdek-
king (14) wanneer het zwaard ge-
draaid wordt.
Opslag
• Reinig het apparaat alvorens het
op te slaan.
• Zet nu de kettingbescherming 16)
aan.
• Maak de olietank leeg als u lange-
re werkpauzes inlast. Verwijder de
oude olie op een milieuvriendelijke
wijze (Afvoeren/milieubescherming,
Pag. 128).
Er kunnen nog olieresten in de
slangen en in het apparaat zitten
die tijdens de opslag kunnen weg-
lekken. Plaats het apparaat op een
geschikte ondergrond/in een olie-
pan voor opslag.
• Bewaar het apparaat op een droge,
stofvrije plek en buiten bereik van
kinderen.
Transport
• Bedek het zwaard en de zaagket-
ting met de kettingbescherming
(16) wanneer u het apparaat ver-
voert.
• Voor korte afstanden op de werk-
plek: draag het apparaat aan de
voorste handgreep met het zwaard
(4) naar achteren gericht.
• Schakel het apparaat vóór elk
transport uit. Beveilig het apparaat
tegen kantelen tijdens transport
(ook in voertuigen) om letsel, scha-
de of brandstofverlies te voorko-
men.
NL
BE
127