bout van het zwaard (25) in het
sleufgat op het zwaard zit, is het
zwaard correct geplaatst. Het is
normaal dat de zaagketting (6)
doorhangt.
6. Zet de kettingwielafdekking (14)
op. Daarbij moet het kettingspan-
balkje (26) aan de binnenkant van
de kettingwielafdekking (14) in de
houder voor het kettingspanbalkje
(27) worden gestoken.
7. Draai de vleugelmoer (12) ⭮ licht-
jes vast.
8. Span de zaagketting voor (6) door
de kettingspanschroef (13) ⭮ te
draaien.
9. Draai de vleugelmoer (12) van de
kettingwielafdekking vast ⭮ .
VOORZICHTIG! Kettingzaag kan
opnieuw worden ingeolied. Houd er
rekening mee dat de kettingzaag na
gebruik olie nodig heeft en dat er olie
kan lekken als deze op de zijkant of
ondersteboven wordt bewaard. Dit is
een gevolg van de noodzakelijke ven-
tilatieopening aan de bovenste rand
van het reservoir. Het is dus normaal
en vormt geen grond voor een claim.
Omdat elke kettingzaag tijdens de
productie met olie wordt gecontro-
leerd en getest, kan er ondanks het
legen een klein restje in de tank ach-
terblijven, waardoor de behuizing tij-
dens het transport gemakkelijk met
olie besmeurd kan raken. Reinig de
behuizing met een doek.
Vooraleer u de zaagketting vervangt,
moet de gleuf van de geleidingsrail
worden schoongemaakt omdat bij
aanwezige vuilafzettingen de zaagket-
ting uit de rail kan springen. Het vuil
kan ook de kettingolie opzuigen. Het
gevolg zou zijn dat de kettingolie niet
of slechts een klein deel van de on-
derkant van de rail bereikt en de sme-
ring afneemt.
Zaagketting spannen
AANWIJZING! De zaagketting niet
aanspannen of vervangen als deze
nog heet is, omdat ze na het afkoelen
opnieuw een beetje inkrimpt. Bij niet-
naleving kan dit leiden tot schade aan
de geleidingsrail of de motor, omdat
de zaagketting dan te strak rond het
zwaard ligt.
Het regelmatig aanspannen van de
zaagketting dient voor de veiligheid
van de gebruiker en vermindert of
verhindert slijtage en kettingschade.
We raden de gebruiker aan voor het
aanvatten van het werk en met inter-
vallen van ca. 10 minuten de ketting-
spanning te controleren en indien no-
dig te corrigeren. Tijdens werken met
de zaag wordt de zaagketting warm
en zet daardoor een beetje uit. Met
dit "langer worden" moet in het bij-
zonder bij nieuwe zaagkettingen reke-
ning worden gehouden.
Kettingspanning en -smering beïn-
vloeden aanzienlijk de levensduur van
de zaagketting. Bij een nieuwe zaag-
ketting moet u de kettingspanning na
maximaal 5 snijbewerkingen aanpas-
sen.
De zaagketting is correct gespannen
als hij aan de onderkant van het zaag-
blad niet doorhangt en met de ge-
handschoende hand helemaal kan
worden rondgetrokken. Bij het trek-
ken aan de zaagketting met 9 N (ca. 1
kg) trekkracht mogen de zaagketting
en het zwaard niet meer dan 2 mm
van elkaar zijn verwijderd.
NL
BE
119