9. Zet de sproei-/primeschakelaar (F) op de prime-positie en herhaal vervolgens
stappen 7 en 8 totdat er alleen nog reinigingsvloeistof uit de sproeier komt.
10.Zet de AAN/UIT-schakelaar (B) in de UIT-stand en haal de stekker uit het
stopcontact.
REINIGING VAN DE INLAATSLANG
7. Verwijder het zeefje (K) van de aanzuigbuis (J) door de slangklem los te maken
en het van het filter af te bewegen.
2. Trek het inlaatrooster (K) eruit en spoel het af met de juiste reinigingsvloeistof.
- 44 -