GEBRUIKSAANWIJZING
NEDERLANDS
ONDERHOUDSSCHEMA
Procedure
Controle van het peil van de vloeistof in de
accu's
Controle en afstelling van de hoogte van de
zij- en hoofdborstels
Reiniging en controle van de integriteit van
het stoffilter
Controle van de hoogte en de werking van
de flaps
Controle van de werking van de
filterschudder
Controle van de werking van de
veiligheidsschakelaar voor opening van de
motorkap
Visuele controle van de aandrijfriem van de
hoofdborstel
Controle van de bevestiging van de moeren
en schroeven
Controle en afstelling van de servicerem en
de parkeerrem
Vervanging van de aandrijfriem van de
hoofdborstel
Controle of vervanging van de koolborstels
van de hoofdelektromotor en van de motor
van het aandrijfsysteem
(*): zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding.
(1): en na de eerste 8 inloopuren.
DE HOOGTE VAN DE HOOFDBORSTEL
CONTROLEREN EN AFSTELLEN
OPMERKING
Er zijn verschillende soorten borstels
leverbaar. Deze procedure is van toepassing
op alle soorten borstels.
1.
Controleer of de hoofdborstel de juiste hoogte van de
vloer heeft. Ga hierbij als volgt te werk:
– zet de machine op een vlakke ondergrond;
– zet de machine stil en laat de hoofdborstel enkele
seconden draaien;
– zet de hoofdborstel stil en breng deze omhoog
voordat u de machine verplaatst;
– controleer of de indruk (1, Afb. D) van de
hoofdborstel over de hele lengte 2 tot 4 cm breed
is.
Als de indruk (1) hiervan afwijkt, kunt u de hoogte
van de borstel afstellen. Ga te werk als in punt 2.
2.
Zet de machine op een platte ondergrond en schakel
de parkeerrem (6 met 7, Afb. C) in.
3.
Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op "0".
4.
Haal de knoppen (1, Afb. E) aan beide kanten van de
machine los.
12
FLOORTEC R 360 B
Bij aflevering
Elke 10 uur
5.
6.
7.
Elke 50 uur
Elke 100 uur
(*)
(*)
(*)
(*) (1)
(*)
Stel met de hendels (1, Afb. E) aan beide kanten van
de machine, zo veel als nodig is, de indicator (2) om
de hoogte van de borstel af te stellen bij en draai de
hendels (1) opnieuw aan.
OPMERKING
De indicator (2) moet aan beide kanten van
de machine in dezelfde stand staan; de
maximaal toegestane afwijking is twee
markeringen voor de indruk (1, Afb. D) van
de 2 tot – 4 cm die in punt 1 werd genoemd.
Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de
hoofdborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft.
Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan
worden afgesteld, moet de borstel zoals in het
volgende deel worden vervangen.
WAARSCHUWING!
Als de indruk van de hoofdborstel op de
grond te groot is (meer dan 4 cm), dan kan
dit problemen opleveren voor de werking
van de machine en kunnen de bewegende
delen oververhitten. Hierdoor kan de
levensduur van de machine aanzienlijk
afnemen.
Wees nauwkeurig bij het uitvoeren van de
bovenstaande controle en laat de machine
nooit werken als hij niet aan de genoemde
voorwaarden voldoet.
146 2596 000(3)03-2016
Elke 200 uur
Elke 400 uur
(*)
(*)