DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN
Starten van de machine
1.
Ga op de bestuurdersstoel (29, Afb. C) zitten. U kunt
de hendel (16, Afb. B) naar voren draaien en de
stuurkolom (31, Afb. C) naar voren kantelen om beter
op de machine te kunnen stappen.
2.
Draai de hendel (16, Afb. B) naar voren en stel de
kanteling van de stuurkolom (31, Afb. C) naar voren
of naar achteren af. Laat de hendel (16, Afb. B) los en
vergrendel de de stuurkolom.
3.
Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) in de stand 'II',
zonder het gaspedaal (5, Afb. C) te gebruiken; laat
deze los en zet hem weer in de stand 'I'. Controleer of
het groene lampje (5, Afb. B) brandt (accu laadt op).
Als het gele of rode lampje (3 of 4, Afb. B) brandt, zet
u de contactschakelaar in '0' en laadt u de accu's op
(zie het hoofdstuk Onderhoud voor de procedure).
4.
Schakel de parkeerrem als volgt uit:
– druk het pedaal (6, Afb. C) in en zet de hendel (7,
Afb. C) van de stand (7a) in de stand (7b);
– laat het pedaal (6) los.
5.
Als u met de veegwerkzaamheden wilt beginnen,
start u de machine met de handen op het stuur en
drukt u op het pedaal (5, Afb. C).
6.
U kunt de machine voorwaarts/achterwaarts laten
rijden met de betreffende knop (15, Afb. B) op het
linkerpaneel. De bewegingssnelheid is instelbaar van
nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal
(5, Afb. C).
OPMERKING
De stoel (29, Afb. C) is uitgerust met een
veiligheidssensor waardoor de machine alleen
via het pedaal (5, Afb. C) kan worden
verplaatst als de bediener in de
bestuurdersstoel zit.
146 2596 000(3)03-2016
GEBRUIKSAANWIJZING
7.
Activeer de hoofdborstel en de aanzuigventilator door
de schakelaar (9, Fig. B) voorwaarts te zetten.
8.
Schakel de aanzuiging in door de hendel (3, Afb. C)
omlaag te brengen.
9.
Breng de zijborstels (13 en 14, Afb. C) omlaag door
de hendel (4) omlaag te zetten.
OPMERKING
De zijborstels (13 en 14, Afb. C) kunnen ook
als de machine beweegt omlaag en omhoog
worden gebracht. De zijborstels draaien niet
als ze omhoog zijn gebracht. Ze draaien alleen
als ze omlaag zijn gebracht.
10. Als u met de veegwerkzaamheden wilt beginnen,
manoeuvreert u het stuur (1, Afb. C) met uw handen
en drukt u op het pedaal (5) om de machine te
verplaatsen.
De machine stoppen
1.
Laat het pedaal (5, Afb. C) los om de machine te
stoppen. Als u de machine snel tot stilstand wilt
brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem
(6, Afb. C) in. Als u de machine in een noodgeval
meteen stil wilt zetten, drukt u op de noodknop (12,
Afb. B). Om de noodknop (12) na de activering uit te
schakelen, draait u deze met de klok mee.
LET OP!
Stop het bewegen van de machine niet door
de contactschakelaar naar "0" te draaien en
druk niet op de noodknop voordat de
machine is gestopt door loslaten van het
gaspedaal of het indrukken van het
rempedaal.
2.
Breng de zijborstels (13 en 14, Afb. C) omhoog door
middel van de juiste hendel (4).
3.
Als u de hoofdborstel en de aanzuigventilator wilt
stoppen, zet u de schakelaar (9, Afb. B) in de stand
'0' (middelste stand).
4.
Als u de machine wilt stoppen, zet u de
contactschakelaar (2, Afb. B) in de stand '0'.
5.
Schakel de parkeerrem als volgt in:
– druk het pedaal (6, Afb. C) zo ver als nodig in en
blokkeer de rem door de hendel (7, Afb. C) van de
stand (7b) in de stand (7a) te zetten;
– laat het pedaal (6) los.
NEDERLANDS
FLOORTEC R 360 B
9