GEBRUIKSAANWIJZING
NEDERLANDS
MACHINE IN BEDRIJF
1.
Zorg dat u niet te lang op een plaats blijft staan met
de machine terwijl de borstels draaien: dan kunnen er
markeringen op de vloer achterblijven.
2.
Bij het verzamelen van lichte, maar omvangrijke
stukken moet u de voorflap door middel van de
hendel (8, Afb. C) omhoog brengen. Let op: als de
voorflap omhoog blijft staan, is de aanzuigcapaciteit
van de machine kleiner.
LET OP!
Als u op een natte ondergrond werkt, moet
de aanzuiging door middel van de hendel
worden uitgeschakeld om het stoffilter te
beschermen (3, Afb. C).
3.
Voor een goed veegresultaat moet het stoffilter altijd
zo schoon mogelijk zijn. Voor reiniging tijdens het
vegen schakelt u de aanzuiging uit met de hendel (3,
Afb. C) en drukt u even op de schakelaar (9, Afb.B).
Tijdens deze handeling worden de hoofdmotor en de
aanzuigventilator automatisch gestopt.
Als het filter gereinigd is, druk u de schakelaar (9, Afb.
B) voorwaarts waardoor de hoofdborstel en de
aanzuiging weer starten zodat weer verder met
vegen kunt.
Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten
tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de
hoeveelheid stof in het te reinigen gebied).
OPMERKING
Als het stoffilter verstopt en/of de
afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof
en vuil meer verzamelen.
4.
Als de werkzaamheden zijn voltooid en telkens als de
afvalcontainer (20, Afb. C) vol is, moet u deze legen
(zie hiervoor het volgende deel).
10
FLOORTEC R 360 B
DE AFVALCONTAINER LEGEN
1.
Stop de machine en laat het gaspedaal los.
2.
Zet de contactschakelaar (2, Afb. B) op "0".
3.
Haal de haak (21, Afb. C) los door aan het kortste
uiteinde te trekken.
4.
Verwijder de afvalcontainer (20, Afb. C) met de
hendel (22) en leeg deze in de juiste containers.
5.
Plaats de afvalcontainer weer terug en zet deze vast
met behulp van de haak (21).
6.
De machine is weer klaar voor gebruik.
NA GEBRUIK VAN DE MACHINE
Als u klaar bent, moet u de volgende handelingen
uitvoeren voordat u machine achterlaat:
–
breng de zijborstels omhoog met behulp van de
hendel (4, Afb. C);
–
zet de filterschudder aan door middel van de
schakelaar (9, Afb. B);
–
leeg de afvalcontainer (20, Afb. C) (zie het vorige
deel);
–
haal de contactsleutel uit de contactschakelaar (2,
Afb. B);
–
schakel de parkeerrem als volgt in:
– druk het pedaal (6, Afb. C) zo ver als nodig in en
blokkeer de rem door de hendel (7, Afb. C) van de
stand (7b) in de stand (7a) te zetten;
– laat het pedaal (6) los.
DUW-/TREKBEWEGING VAN DE MACHINE
Voor duw- of trekbewegingen van de uitgeschakelde
machine gaat u als volgt te werk:
–
open de motorkap (10, Afb. C);
–
zet de schakelaar (19, Afb. U) in '0' en sluit de
motorkap (10, Afb. C) weer;
–
duw of trek de machine;
–
na het verplaatsen van de machine zet u de
schakelaar weer in 'I' (19, Afb. U).
146 2596 000(3)03-2016