(C)
3
4
5
questo semplice controllo:
C. Houd met de rechterhand de draad vast en rijg met de linker-hand de machine in onderstaande
volgorde, zoals afgebeeld is.
* Trek de draad door de draadopname (3) van rechts naar links.
* Voer de draad door het naaldoog (5) van voren naar achteren.
(Raadpleeg de volgende pagina voor nadere instructies over het gebruik van de automatische
draadinrijger).
BELANGRIJK: Een eenvoudige controle van het correcte inrijgen door de spanningschijven kan
als volgt worden uitgevoerd:
1.) Terwijl het voetje omhoog geheven is trekt u de draad naar de achterkant van de machine. Hierbij
mag u slechts een lichte weerstand voelen en niet enkel een lichte doorbuiging van de naald zien.
2.) Nu laat u het voetje zakken en trekt u de draad nogmaals naar de achterkant van de machine. Deze
keer dient u een aanzienlijke weerstand te voelen alsmede een grotere doorbuiging van de naald te
zien. Mocht u geen weerstand voelen, dan duidt dit erop dat de machine foutief ingeregen is. U dient
het inrijgen te herhalen.
abgebildeten Reihenfolge.
* Dann von rechts nach links durch den Fadenhebel (3).
* Ziehen Sie dann den Faden durch das Nadelöhr (5) von vorne nach hinten.
(Der Gebrauch des automatischen Nadeleinfädlers ist auf folgender Seite beschrieben).
WICHTIGER HINWEIS: Eine einfache Prüfung der korrekten Einfädelung durch
die Spannungsscheiben lässt sich wie folgt durchführen:
1.) Bei angehobenem Nähfuß ziehen Sie den Faden zur Maschinenrückseite. Dabei sollten Sie nur einen leichten Widerstand
2.) Nun senken Sie den Nähfuß und ziehen Sie den Faden zur Maschinenrückseite noch einmal. Diesmal sollten Sie einen beträchtlichen
auf eine falsche Einfädelung der Maschinen hin. Sie sollten das Einfädeln wiederholen.
①
③
②
④
⑤
1
2
27