AANWIJZING!
Productbeschadiging
Als het product zonder of met te weinig motor- of
transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorscha-
de leiden.
- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het
product wordt zonder motor- of transmissieolie gele-
verd.
- Gebruik alleen motorolie SAE 30.
AANWIJZING!
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen.
De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront-
reiniging leiden.
- Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige onder-
gronden.
- Gebruik een vulpijp of trechter.
- Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
- Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en ver-
wijder de doek conform de lokale voorschriften.
- Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
1. Open de motorkap (6) door deze naar voren te
klappen.
2. Verwijder de olietankdop met peilstok (22) door
deze linksom te draaien.
3. Controleer het oliepeil met behulp van de olie-
tankdop met peilstok (22); het oliepeil moet tussen
de markeringen "ADD" en "FULL" staan.
4. Vul indien nodig olie bij, let op de technische ge-
gevens. Gebruik een trechter.
5. Sluit het oliereservoir weer met behulp van de
olietankdop met peilstok (22).
13.2.3
Olie verversen (afb. 32)
Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor
het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitge-
schakelde motor worden uitgevoerd.
Gebruik alleen motorolie (SAE 30).
1. Open de motorkap (6) door deze naar voren te
klappen.
2. Verwijder de olietankdop met peilstok (22) door
deze linksom te draaien.
3. Plaats een geschikte opvangbak (minstens 1,2 li-
ter) onder de olieaftapplug (22a).
4. Verwijder de olieaftapslang (22a) uit de houder.
5. Verwijder de einddop (22b) van de olieaftapplug
(22a) en laat de olie in de opvangbak lopen.
6. Plaats de einddop (22b) weer op de olieaftapplug
(22a) en bevestig deze weer aan de houder.
7. Vul voorzichtig de nieuwe motorolie in de ope-
ning, let op de technische gegevens. Gebruik een
trechter (31).
8. Controleer het oliepeil met behulp van de olie-
tankdop met peilstok (22); het oliepeil moet tussen
de markeringen "ADD" en "FULL" staan.
128 | NL
9. Sluit het oliereservoir weer met behulp van de
olietankdop met peilstok (22).
Verbruikte olie moet conform de geldende voorschrif-
ten worden verwijderd.
13.2.4
Onderhoud van het luchtfilter (26c) (afb. 33)
AANWIJZING!
Risico op materiële schade!
Het bedrijf van de motor zonder ingezet filterelement
kan tot motorschade leiden.
- Laat de motor nooit zonder ingezet luchtfilterele-
ment draaien.
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermo-
gen door een te geringe luchttoevoer naar de car-
burateur. Regelmatige controle is daarom absoluut
noodzakelijk.
Het luchtfilter moet elke 10 bedrijfsuren worden ge-
controleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een
zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (26c) vaker wor-
den gecontroleerd.
1. Open de motorkap (6) door deze naar voren te
klappen.
2. Draai de beide sterschroeven (26a) volledig los
en verwijder het luchtfilterdeksel (26).
3. Verwijder het filterpatroon (26b) naar boven van
de schroefdraadbouten.
4. Verwijder het luchtfilter (26c) van het filterpatroon
(26b).
5. Reinig het luchtfilter (26c) door het uit te wassen
met een mild reinigingsmiddel.
6. Reinig het papieren filter (26d) door het uit te klop-
pen en van binnenuit uit te blazen met perslucht.
7. Laat het luchtfilter (26c) aan de lucht drogen en
plaats het weer in het filterpatroon (26b).
8. Vervang een defect luchtfilter (26c) of papieren
filter (26d) door een nieuw exemplaar.
9. Plaats het filterelement (26b) terug op de schroef-
draadbouten en plaats het luchtfilterdeksel (26)
terug.
10. Monteer de sterschroeven (26a) weer op het
luchtfilterdeksel (26).
13.2.5
De bougie (27a) onderhouden (afb. 34)
Controleer de bougie (27a) voor de eerste keer na 10
bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze even-
tueel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie
(27a) elke 50 bedrijfsuren indien nodig vervangen.
1. Open de motorkap (6) door deze naar voren te
klappen.
2. Verwijder de bougiestekker (27) van de bougie
(27a).
3. Reinig het bereik rond de bougie (27a).
4. Verwijder de bougie (27a). Gebruik een montage-
sleutel (32).
5. Controleer de bougie visueel (27a). Verwijder evt.
aangekoekte resten met een koperen staalborstel.
www.scheppach.com