• Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs,
medicijnen, moe of ziek zijn.
• Er moet voor gezorgd worden dat het product al-
leen gebruikt wordt door personen die de bijge-
voegde gebruikshandleiding volledig gelezen en
begrepen hebben en alle instructies en veiligheids-
maatregelen daarin in acht nemen. Alleen dan is
gegarandeerd dat de persoon voldoende geïnstru-
eerd en getraind is.
m Veiligheid van personen
Let op! Gevaar voor de gezondheid door trillingen!
Overmatige belasting door trillingen kan tot schade
aan de bloedvaten of de zenuwen leiden, in het spe-
cifiek bij personen met vaatproblemen. Neem contact
op met een arts, indien er symptomen optreden, die
door trillingsbelasting veroorzaakt kunnen zijn.
Dergelijke symptomen, die hoofdzakelijk in de vin-
gers, handen of polsen optreden, zijn bijvoorbeeld:
• gevoelloosheid,
• pijn,
• spierverzwakking,
• huidverkleuringen,
• onaangenaam gevoel.
Bekleding en apparatuur
• Tijdens de werkzaamheden moeten als goede
schoenen met slipvaste zolen worden gedragen.
Werkzaamheden nooit op blote voeten of bijvoor-
beeld in sandalen uitvoeren.
• Het apparaat mag alleen met lange broek en in
nauwsluitende kleding in gebruik worden genomen.
• Nooit losse kleding dragen, die aan bewegende
delen (bedieningshendel) kan blijven hangen – ook
geen sieraden, geen dassen en sjaals dragen.
• Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden even-
als bij het transport van het apparaat bovendien altijd
goede handschoenen dragen en lang haar samen-
binden en afdekken (pet, muts, etc.).
• Bij het slijpen van de maaimessen moet een ge-
schikte veiligheidsbril worden gedragen.
Tijdens de werkzaamheden
• Zorg dat derden uit de buurt blijven.
• Werk nooit terwijl er personen, in het specifiek kin-
deren of dieren in de buurt zijn. Let erop dat het gras
nooit in de richting van derden wordt uitgeworpen.
• Werken met het apparaat nooit bij regen, onweer
en in het bijzonder niet bij risico op blikseminslag.
Uitlaatgassen:
• Levensgevaar door vergiftiging! Bij misselijkheid,
hoofdpijn, verminderd gezichtsvermogen (bijv. ver-
minderd gezichtsveld), gehoorstoornissen, duize-
ligheid, concentratieverlies direct stoppen met wer-
ken. Deze symptomen kunnen onder andere door
hoge uitlaatgasconcentraties worden veroorzaakt.
• Dit apparaat produceert giftige uitlaatgassen zodra
de verbrandingsmotor draait. Dit apparaat bevat
giftige koolmonoxide, een kleur- en geurloos gas,
evenals andere schadelijke stoffen. De verbran-
dingsmotor mag nooit in gesloten of slecht geventi-
leerde ruimtes worden gebruikt.
• De uitlaatgassen van de verbrandingsmotor wor-
den in de open lucht vóór het rechter voorwiel uit-
gestoten. Bij werkzaamheden met het apparaat
moet erop worden gelet dat deze omgeving altijd
schoon blijft en nooit wordt afgedekt, zodat uitlaat-
gas zich niet ophoopt.
m Veiligheid op de werkplek
• Controleer volledig het terrein, waar het apparaat
wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken,
draden, kluiven en andere vreemde voorwerpen,
die door het apparaat omhoog geslingerd kunnen
worden. Hindernissen (bijv. boomstompen, wortels)
kunnen in hoog gras eenvoudig worden gemist.
• Markeer daarom voor het werken met dit apparaat,
alle in het gras verborgen, vreemde objecten (hin-
dernissen), die niet verwijderd kunnen worden.
• Let ook op verdiepingen (gaten) in het terrein en
andere niet zichtbare gevarenpunten. Hindernissen
kunnen in hoog gras eenvoudig worden gemist.
• Gebruikt het apparaat altijd bijzonder voorzichtig,
als u in de buurt van hellingen, terreinranden, grep-
pels en dijken werkt. In het specifiek op voldoende
afstand tot dergelijke gevarenpunten letten.
• Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij onover-
zichtelijke punten, bosjes, bomen en andere hin-
dernissen waarachter zich personen, in het speci-
fiek kinderen, of dieren kunnen bevinden.
• De tuintractor op benzine direct stoppen en de
maaimessen neerzetten als iemand het maaibereik
betreedt.
• Houd het bereik voor het voertuig altijd in de ga-
ten. Let op hindernissen om deze tijdig te kunnen
ontwijken.
• Voor het achteruitrijden het bereik achter de tuin-
tractor op benzine controleren en indien aanwe-
zig, het aanbouwdeel loskoppelen. Nooit achteruit
maaien als dit niet absoluut noodzakelijk is. Bij
het achteruit maaien bijzonder voorzichtig te werk
gaan en voor de start van het maaien het gehe-
le bereik achter de tuintractor op benzine grondig
controleren.
• Bij werken binnen een groep moet u anderen altijd
direct meedelen wat u gaat doen. Veiligheidsaf-
stand in acht nemen!
• Voor elke richtingswijziging moet de rijsnelheid zo
worden gereduceerd, dat de gebruiker op elk mo-
ment de controle over het apparaat behoudt en de
tuintractor op benzine ook niet kan omvallen.
• Bij het gebruik in de buurt van straten en bij het
oversteken van verkeerswegen moet er op andere
verkeersdeelnemers worden gelet.
www.scheppach.com
NL | 115