NL
BE
• U hebt meer controle over het appa-
raat wanneer u met de onderkant van
het zwaard (met trekkende zaagket-
ting) en niet met de bovenkant van het
zwaard (met schuivende zaagketting)
zaagt.
• Zorg ervoor dat de zaagketting niet in
de snede vastgekneld raakt. De boom-
stam mag niet breken of afsplinteren.
• Neem de voorzorgsmaatregelen tegen
terugslag in acht (Oorzaken en voorko-
men van terugslag door de bediener,
Pag. 110)
• Tegen het einde van de zaagsnede ver-
mindert u de contactdruk zonder uw
stevige greep op de handgrepen van
de kettingzaag los te laten, om de vol-
ledige controle te behouden op het mo-
ment van "doorzagen".
• Wacht na voltooiing van de zaagsne-
de tot de kettingzaag stilstaat voordat u
deze verwijdert.
• Schakel altijd de motor van de ketting-
zaag uit voordat u van boom naar
boom gaat.
Bomen vellen
WAARSCHUWING! Er is veel erva-
ring nodig om bomen te vellen. Vel alleen
bomen als u weet hoe u de kettingzaag
veilig moet gebruiken. Gebruik de ketting-
zaag nooit als u zich onveilig voelt.
VOORZICHTIG! Zaag een boom
niet om als er een sterke of veranderlijke
wind staat, als er gevaar is voor schade
aan eigendommen of als de boom hoog-
spanningskabels kan raken. Bij het vellen
van bomen moet worden gegarandeerd
dat andere personen niet worden bloot-
gesteld aan gevaar, dat er geen nutsvoor-
zieningen worden geraakt en er geen ma-
teriële schade wordt veroorzaakt. Komt
een boom met een voedingskabel in aan-
118
raking, dan moet het nutsbedrijf onmiddel-
lijk op de hoogte worden gebracht.
VOORZICHTIG! Om veiligheids-
redenen raden we onervaren gebruikers
af om een boomstam te vellen met een
zwaardlengte die kleiner is dan de diame-
ter van de stam.
• Zorg ervoor dat er geen mensen of die-
ren in de buurt van het werkgebied
zijn. De veiligheidsafstand tussen de
te vellen boom en de dichtstbijzijnde
werkplek moet 2 ½ boomlengte zijn.
• Let op de valrichting. De gebruiker
moet zich veilig in de buurt van de ge-
velde boom kunnen bewegen om de
boom gemakkelijk te kunnen inkorten
en er de takken van te verwijderen. Het
moet worden voorkomen dat de vallen-
de boom in een andere boom wordt
gevangen.
• Let op de natuurlijke valrichting, die af-
hangt van de helling en kromming van
de boom, de windrichting, de positie
van grotere takken en het aantal tak-
ken.
• Blijf bij het zagen op een helling boven
de te vellen boom. De boom zal waar-
schijnlijk naar beneden rollen of glijden
na het vellen.
• Kleine bomen met een diameter van
15-18 cm kunnen meestal in één keer
worden afgezaagd.
• Voor bomen met een grotere diame-
ter moeten inkepingen en een velsnede
worden aangebracht (Fig. O).
• Worden bomen door twee of meerdere
personen tegelijk gesnoeid en geveld,
dan moet de afstand tussen de perso-
nen die bomen vellen en snoeien ten
minste het dubbele van de hoogte van
de boom bedragen die wordt geveld.
Klap de gehoorbescherming onmiddel-
lijk na het zagen op, zodat u geluiden en
waarschuwingssignalen kunt horen.