Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis

Werbung

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 1
1. Het apparaat dagelijks na gebruik spoelen, zie
hoofdstuk Apparaat spoelen.
2. De buitenkant van de volgende onderdelen dage-
lijks na gebruik met een vochtige doek en een mild
zeepsop reinigen:
a het apparaat
b de sproeier
c de tank
d de ronde fles
e de schouderriem
3. De volgende onderdelen dagelijks na gebruik ont-
smetten:
a het apparaat
b de sproeier
c de tank
d de ronde fles
e de schouderriem
Sproeier reinigen
Instructie
Als de ontsmettingsoplossing niet in de vorm van een
fijn vernevelde spuitkegel uittreedt, kan de sproeier vuil
zijn, verstopt met resten of beschadigd.
De sproeier kan worden verwijderd en gereinigd of ver-
vangen.
1. De sproeierhouder ongeveer 45° tegen de klok in
draaien en dan verwijderen (indien nodig).
Afbeelding U
2. De sproeier verwijderen en in zuiver, warm
(max. 40 °C) en schoon water leggen. Het schone
water laten inwerken.
3. Vuil van de sproeier onder stromend water verwijde-
ren met een doek of een zachte handborstel.
LET OP
Gebruik geen harde voorwerpen zoals naalden, spij-
kers, paperclips of draadborstels, anders wordt de
sproeier beschadigd.
4. Controleer de dichtingsring van de sproeier op be-
schadigingen en correcte plaatsing, en vervang
hem indien nodig, zie hoofdstuk Afdichtringen con-
troleren.
5. Plaats de schone sproeier in de sproeierhouder.
Afbeelding V
6. Steek de sproeierhouder in de bevestiging op het
apparaat en draai hem ongeveer 45° met de klok
mee.
Afdichtringen controleren
1. Controleer de afdichtring van de sproeier wekelijks
op lekkage. Als er een lek is, verwijder dan de
sproeier en vervang de afdichtring van de sproeier,
zie hoofdstuk Sproeier reinigen.
Afbeelding W
2. Controleer de afdichtring van de tank wekelijks op
beschadigingen. Vervang de afdichtring van de
tank, als deze beschadigd is.
Fijnfilter reinigen
1. Reinig het fijnfilter wekelijks of om de 20 tankvullin-
gen door de tank van het apparaat te verwijderen
Tank vullen.
Afbeelding X
2. Trek het fijnfilter uit de zuigbuis en spoel het onder
stromend water van buiten naar binnen af.
3. Monteer het fijnfilter in omgekeerde volgorde.

Hulp bij storingen

Storingen hebben vaak oorzaken die eenvoudig met be-
hulp van het volgende overzicht kunnen worden verhol-
pen. Neem bij twijfel of storingen die hier niet worden
vermeld contact op met de erkende klantenservice.
Apparaat kan niet worden ingeschakeld
Het accupack is leeg.
Het accupack uit de accupackhouder nemen en het
opladen, zie hoofdstuk Werking beëindigen.
Het opgeladen accupack in de accupackhouder
schuiven tot het hoorbaar vastklikt, zie hoofdstuk
Accupack plaatsen.
Het accupack zit niet vastgeklikt in de accupackhouder.
Het accupack in de accupackhouder schuiven tot
het hoorbaar vastklikt, zie hoofdstuk Accupack
plaatsen.
De AAN/UIT-toets is vergrendeld.
Op de ontgrendelknop drukken.
Apparaat schakelt automatisch uit.
Het accupack is leeg.
 Het accupack uit de accupackhouder nemen en het
opladen, zie hoofdstuk Werking beëindigen.
Het apparaat of het accupack is oververhit.
Het apparaat of het accupack laten afkoelen.
Instructie
Het apparaat en het accupack bij kamertemperatuur be-
waren. Apparaat en accupack niet in zonlicht plaatsen.
Vernevelde hoeveelheid ontsmettingsoplossing is
te klein
De tank is leeg.
De tank vullen, zie hoofdstuk Tank vullen.
De sproeier is vuil.
De sproeier reinigen, zie hoofdstuk Sproeier reini-
gen.
De fijnfilter is vuil.
De fijnfilter reinigen, zie hoofdstuk Fijnfilter reini-
gen.
Ontsmettingsoplossing treedt niet als een fijn ver-
nevelde spuitkegel uit
De sproeier is vuil.
De sproeier reinigen, zie hoofdstuk Sproeier reini-
gen.
De sproeier is beschadigd.
De sproeier vervangen, zie hoofdstuk Sproeier rei-
nigen.
Het apparaat lekt
De sproeier lekt.
De dichtingsring van de sproeier controleren op be-
schadigingen en hem vervangen indien nodig, zie
hoofdstuk Afdichtringen controleren.
De tank lekt.
De dichtingsring van de tank controleren op be-
schadigingen en hem vervangen indien nodig, zie
hoofdstuk Afdichtringen controleren.
De tank op verontreinigingen controleren en indien
nodig vervangen.
Elektrostatisch effect is te laag
Er is geen potentiaalvereffening mogelijk.
 Draag elektrostatisch geleidende veiligheidshand-
schoenen en dito schoenen volgens EN ISO 20344.
De isolatieweerstand mag niet hoger zijn dan
100 MΩ.
Raak tijdens het gebruik altijd het aardingscontact
van de AAN/UIT-toets aan.
 Sluit het apparaat eventueel aan op de functionele
aarding, zie hoofdstuk Apparaat aarden (optioneel).
Nederlands
41

Werbung

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis