Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Montage Frostcontrol (Veiligheids-/Aftapklep); Waterleidingen Aanleggen - Truma Combi D 6 Einbauanweisung

Vorschau ausblenden Andere Handbücher für Combi D 6:
Inhaltsverzeichnis

Werbung

Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 3
Bij het gebruik van drukpompen met grote schakelhysterese
kan warm water via de koudwaterkraan terugstromen. Als
anti-terugstroommechanisme adviseren wij tussen het aftap-
punt naar de koudwaterkraan en de FrostControl een terug-
slagklep (40 – niet in de levering inbegrepen) te monteren. Bij
inbouw van de terugslagklep op de stroomrichting letten.
46
47
45
43
Voor de aansluiting van het apparaat en de toebehoren moe-
ten drinkwatergeschikte, druk- en warmwaterbestendige
slangen tot + 80 °C met een binnendoorsnede van 10 mm
gebruikt worden.
Voor een vast pijpleidingstelsel (b.v. John Guest System) biedt
Truma als toebehoren de haakse aansluitingen (45 + 46), de
FrostControl (42) en een terugslagklep (40) met binnenaan-
sluiting Ø 12 mm aan. Wij adviseren in dit geval uitsluitend
buizen, steunhulzen en veiligheidsringen van John Guest toe
te passen.
Bij aansluiting op een centrale watervoorziening (nationaal of
lokaal) moet een waterdrukregelaar worden gebruikt, om te
voorkomen dat hogere drukwaarden dan 2,8 bar in de boiler
kunnen ontstaan.
Alle slangverbindin gen (ook koudwaterslangen) moeten met
slangklemmen worden vastgezet! Door verwarming van
het water en de daaruit voortvloeiende uitzetting kan tot het
activeren van de veiligheidsklep in de FrostControl een druk
tot 3,8 bar optreden (ook bij dompelpompen mogelijk).
Voor bevestiging van de slangen op wand of bodem zijn
slangklemmen SC (art.-nr. 40712-01) geschikt. Deze slang-
klemmen maken vorstveilige aanleg van de waterslangen op
de warmeluchtverdelingsbuis van de kachel mogelijk.
Om een volledige lediging van de waterinhoud en een
duurzame afdichting van de waterslangen op het toestel
te garanderen, moeten steeds de meegeleverde haakse aan-
sluitingen (45 + 46) worden gebruikt!
De haakse aansluiting (46 – met ontluchtingsklep) wordt aan-
gesloten op de bovenste warmwateraansluiting en de tweede
haakse aansluiting (45) op de onderste koudwateraansluiting.
Alle waterleidingen met afschot naar de FrostControl
aanleggen! U kunt in geval van vorstschade geen
aanspraak maken op de garantie!

Montage FrostControl (veiligheids-/aftapklep)

De FrostControl moet in onmiddellijke nabijheid van het
toestel in de verwarmde ruimte op een voor de gebruiker
goed toegankelijke plaats worden gemonteerd. Let erop dat
de draaischakelaar (42b) en de drukknop (42c) bediend kun-
nen worden.
Bij de keuze van de plaats moet u erop letten dat de
FrostControl (42) niet in de omgeving van vreemde warmte-
bronnen (bijv. elektrische apparaten) of direct naast warme-
luchtbuizen wordt gemonteerd!
48
44
41
40
42
Laat de waterafloop direct naar buiten plaatsvinden op een
tegen spatwater beschermde plaats (breng zo nodig een spat-
scherm aan).
42
42c
42c
43
Gat met Ø 18 mm in de voertuigbodem boren. Evacuatieslang
(42a) op de evacuatie-aansluiting schuiven en beide door de
bodem steken en naar buiten leiden. De luchtruimte tussen
afvoerslang en boorgat van onder met kneedbaar carosseriekit
afdichten. Frostcontrol met 2 schroeven B 5,5 x 25 (in de leve-
ring inbegrepen) bevestigen.

Waterleidingen aanleggen

Koudwatertoevoer (41) op de FrostControl (42) aansluiten. Om
een storingsvrij functioneren van de veiligheids-/aftapklep te
garanderen, moeten de waterslangen spanningsvrij worden
aangelegd!
Haakse aansluiting (45) op koudwateraansluitleiding en
haakse aansluiting met geïntegreerde ontluchtingsklep (46)
tot de aanslag van de warmwateraansluitleiding van de
kachel schuiven. Door terugtrekken controleren of de haakse
aansluitingen goed vastzitten.
Slangverbinding (43) voor koudwatertoevoer tussen
FrostControl (42) en toevoer naar de boiler aanbrengen.
Erop letten dat de koudwatertoevoer wegens vorstgevaar
niet met koudebruggen (bijv. de buitenwand) in aanra-
king komt.
Leg de warmwatertoevoer (44) van de kniekoppling
met geïntegreerd beluchtings-ventiel (46) naar de
warmwatertappunten.
Ventiliatieslang uiterlijk Ø 11 mm (47) op de slangklem van
de ventilatieklep (46a) schuiven en knikvrij naar buiten aan-
brengen. Hierbij de radius in de boog niet kleiner dan 40 mm
uitvoeren.
Ontluchtingsslang ca. 20 mm onder de voertuigbodem met
een hoek van 45° op de rijrichting afzagen (zie afbeelding).
42b
41
42a
46a
47
20 mm
45º
46
45

Quicklinks ausblenden:

Werbung

Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis